Wasting Light is het zevende studioalbum van de Amerikaanse rockband Foo Fighters. Het werd uitgebracht op 12 april 2011 op Roswell en RCA Records. Het was het eerste Foo Fighters album waar gitarist Pat Smear op speelde sinds The Colour and the Shape (1997) als lid. Hij speelde wel op Echoes, Silence, Patience & Grace (2007) als gast.

Bij het maken van het album wilde de band geen gebruik maken van digitale opnames, omdat ze wilden klinken zoals ze dat in hun eerste albums deden. Het album werd gemaakt in de garage van Dave Grohl, de leadzanger en gitarist van de band. Het huis was in Encino, Californië. Het album werd gemaakt op alleen analoge apparatuur. Het werd geproduceerd door Butch Vig. Vig had in 1991 en 1992 met Grohl samengewerkt om het album Nevermind van Nirvana te produceren. De band heeft er drie weken over gedaan om ervoor te zorgen dat ze de nummers ruim voor de opname konden spelen, omdat er na de opname op analoge apparatuur geen fouten gemaakt kunnen worden. Er waren ook gasten die op het album speelden, zoals Bob Mould, Krist Novoselic, Jessy Greene, Rami Jaffee en Fee Waybill.

Er zijn zes singles van het album uitgebracht. De meest succesvolle was Rope, die rechtstreeks naar nummer één van de Rock Songs chart van Billboard ging. Het was slechts de tweede single ooit die rechtstreeks naar nummer één ging in deze chart. Wasting Light ging rechtstreeks naar nummer één in de hitlijsten van twaalf landen. Critici zeiden vooral goede dingen over het album, vooral over de productie en de songwriting. In 2012 won Wasting Light vier Grammy Awards, waaronder Best Rock Album.