Er zijn veel verschillende zangstijlen in de wereld. Elke stijl heeft een andere techniek. In de westerse klassieke muziek leren zangers te zingen met een bel canto-stem, die veel resonantie in het hoofd gebruikt en een vloeiend geluid maakt. Bel canto werd gebruikt in de Italiaanse opera. Later, in de 19e eeuw, schreef Richard Wagner opera's waarin de zangers dramatischer moesten zijn. Tegenwoordig kunnen operazangers verschillende soorten stemmen hebben: bel canto, lyrisch, dramatisch, coloratura (extreem hoog en licht) enz.
In kerkkoren worden de zangers vaak getraind om veel hoofdstem te gebruiken omdat dit mooi klinkt in grote kathedralen.
Popzangers hebben over het algemeen een andere techniek: hun zang komt meer uit de keel. Zij hoeven geen krachtige stem te ontwikkelen zoals operazangers, omdat zij in microfoons zingen zodat hun stem elektronisch wordt versterkt (luider wordt gemaakt).
Stemmen die muziek zingen uit verschillende delen van de wereld kunnen heel verschillend klinken. Chinese zang klinkt nasaal (door de neus). In Mongolië is er een techniek van boventoonzang die klinkt alsof een vinger tegen de rand van een wijnglas wordt gewreven. In Zwitserland jodelen mannen vaak.
Rap is een vorm van zingen waarbij het ritme het belangrijkst is. De toonhoogte is hoog en laag, maar niet op een bepaalde noot. Scatzang lijkt een beetje op rap.
Acappella zingen is vocale muziek specifiek zonder instrumentale begeleiding. De naam komt van het Latijnse a (zonder) en cappella (muzikale begeleiding).
Cantate is een term die uitsluitend verwijst naar begeleid zingen, wat precies het tegenovergestelde is van Acappella.