Koffie (Coffea): soorten, teelt, cafeïne en belang voor de wereldhandel
Coffea: ontdek soorten, teelt, cafeïne en waarom koffie cruciaal is voor de wereldhandel — van boon tot export en wereldwijde impact.
Coffea (koffie) is een geslacht van bloeiende planten in de familie Rubiaceae. Van de ongeveer 120 soorten maken we slechts van twee soorten koffie, Coffea arabica en C. canephora.
Coffea zijn struiken of kleine bomen, inheems in subtropisch Afrika en Zuid-Azië. De zaden worden in de koffiehandel "bonen" genoemd. Bonen van de twee productieve soorten worden op grote schaal geteeld in tropische landen. Koffie is een van de belangrijkste handelsgewassen ter wereld en het belangrijkste exportproduct van sommige landen.
De cafeïne in koffie "bonen" beschermt de zaden van de plant. Het is een vorm van natuurlijke verdediging van de plant tegen plantenvraat. De vruchten en bladeren bevatten ook cafeïne, en kunnen worden gebruikt om een thee te maken die "Coffee cherry tea" wordt genoemd. De vrucht wordt ook gebruikt in vele soorten frisdrank.
Verschillende insectenplagen tasten de planten aan en beïnvloeden de koffieproductie. Koffie wordt als voedselplant gebruikt door de larven van sommige Lepidoptera (vlinders en motten).
Soorten en eigenschappen
Van de vele Coffea-soorten zijn vooral twee commercieel belangrijk:
- Coffea arabica — meestal kortweg Arabica genoemd. Deze soort groeit bij voorkeur op grotere hoogten (ongeveer 600–2.200 m), heeft een zachtere, aromatischere smaak en levert koffies van hoge kwaliteit. Globaal is ongeveer 60–70% van de koffieproductie Arabica, afhankelijk van het jaar.
- Coffea canephora — vaak aangeduid als Robusta. Robusta groeit op lagere hoogten, is beter bestand tegen ziekten en hogere temperaturen en heeft een hoger cafeïnegehalte. De smaak is doorgaans krachtiger en bitterder; Robusta wordt veel gebruikt voor instantkoffie en om crema te geven in espressoblends.
Teelt, oogst en verwerking
Koffieplanten worden meestal gekweekt in de zogenaamde koffieband rond de evenaar. Belangrijke producenten zijn onder andere Brazilië, Vietnam, Colombia, Indonesië en Ethiopië. De belangrijkste stappen van teelt tot bruikbare koffiebonen zijn:
- Planten en onderhoud: jonge planten kunnen jaren nodig hebben voordat ze volle opbrengst geven. Bodem, schaduw, bemesting en ongediertebestrijding beïnvloeden de productie sterk.
- Oogst: gebeurt vaak eenmaal per jaar per regio; in sommige gebieden zijn er meerdere oogsten. Oogsten kan handmatig gebeuren (selectieve pluk van rijpe kersen) of mechanisch/strip-harvesting (alles tegelijk). Handpluk geeft doorgaans hogere kwaliteit omdat alleen rijpe kersen worden geoogst.
- Verwerking van de kersen: de twee hoofdmethoden zijn gewassen (washed) en natuurlijk (natural/dry). Bij de gewassen methode worden pulp en slijmlaag verwijderd en ondergaan de zaden fermentatie en wassen. Bij de natuurlijke methode worden kersen gedroogd met vruchtvlees eraan, wat vaak leidt tot vollere, fruitigere smaken. Er zijn ook tussenmethoden zoals pulped natural of honey.
- Drogen en schillen: gedroogde kers of pulp wordt opgewerkt tot groene koffiebonen door huid en pergamina te verwijderen (hulling) en vervolgens te sorteren op grootte en dichtheid.
- Branding en maling: groene bonen worden geroosterd — een chemisch en fysisch proces (Maillard-reacties, karamellisatie) dat smaak en aroma ontwikkelt. Na het roosteren worden bonen gemalen en gebrouwen.
Cafeïne en andere chemische stoffen
De belangrijkste stimulerende stof in koffie is cafeïne, een alkaloïde die in de zaden, bladeren en vruchten voorkomt. Cafeïne werkt als afweer tegen insecten en andere plantenetende dieren. Enkele kenmerken:
- Het cafeïnegehalte van groene bonen varieert per soort: Arabica bevat ruwweg 1–1,5% cafeïne in gewicht, Robusta ongeveer 2–2,7%.
- Het uiteindelijke cafeïnegehalte per kopje hangt sterk af van zetmethode, portie en maling; een gemiddeld kopje filterkoffie kan ongeveer 70–140 mg cafeïne bevatten.
- Naast cafeïne bevat koffie vele andere verbindingen die smaak en aroma bepalen: chlorogeenzuren, lipiden, suikers en vluchtige aromastoffen.
- Decafeïnatie kan gebeuren met oplosmiddelen, met superkritisch CO2 of met het Swiss Water-proces; elk heeft invloed op smaak en restcafeïne.
Plagen, ziekten en bescherming
Koffie teelt wordt bedreigd door verschillende plagen en ziekten die oogst en opbrengst sterk kunnen verminderen. Belangrijke voorbeelden:
- Koffieroest (Hemileia vastatrix) — een schimmelziekte die bladverlies veroorzaakt en opbrengsten kan halveren. Sinds de 19e eeuw één van de ernstigste bedreigingen van Arabica-teelt.
- Koffie-berry-borer (Hypothenemus hampei) — een kleine kever die koffiebonen in de kers aantast en de kwaliteit verlaagt.
- Koffie berry disease (Colletotrichum spp.) — aantasting van de vrucht die rot en kwaliteitsverlies geeft.
Beheersmaatregelen zijn onder meer resistente rassen, goede veldhygiëne, tijdige bestrijding, gebruik van agroforestry (schaduwbomen) en geïntegreerde plaagbestrijding. Klimaatverandering maakt bestrijding en aanpassing bovendien steeds belangrijker.
Belang voor de wereldhandel en samenleving
Koffie is wereldwijd economisch en sociaal zeer relevant:
- Het is een van de meest verhandelde landbouwproducten ter wereld en vormt de belangrijkste exportinkomst voor veel landen en gemeenschappen.
- Miljoenen kleine boeren zijn afhankelijk van koffieteelt voor hun inkomen. Prijsvolatiliteit op de wereldmarkt en productiekosten beïnvloeden levensonderhoud sterk.
- Duurzaamheid en sociale problemen — zoals ontbossing, biodiversiteitsverlies, lage prijzen voor boeren en soms kinderarbeid — staan sinds jaren in de belangstelling. Certificeringen zoals Fairtrade en Rainforest Alliance, coöperaties en directe handelsrelaties (direct trade) proberen betere prijzen en leefomstandigheden voor producenten te bevorderen.
Bereiding, smaak en cultuur
De manier van branden, malen en zetten bepaalt sterk de smaak van koffie. Enkele veelvoorkomende zetmethoden: espresso, filter, French press, Aeropress, en cold brew. Belangrijke variabelen zijn maling (fijn tot grof), watertemperatuur (ongeveer 90–96°C voor de meeste methoden) en verhouding koffie-water.
Specialty coffee—waarbij bonen worden gecupt en beoordeeld op kenmerken zoals zuurgraad, body en aroma—heeft internationale aandacht voor kwaliteit en terroir (de invloed van klimaat en bodem op smaak).
Gezondheid en consumptie
Matig koffiegebruik wordt in veel onderzoeken in verband gebracht met bepaalde gezondheidsvoordelen (bijv. verminderd risico op type 2-diabetes en sommige leverziekten), maar causale conclusies blijven voorzichtig. Overmatige inname van cafeïne kan bij gevoelige personen leiden tot slapeloosheid, nervositeit of hartkloppingen. Zwangere vrouwen krijgen vaak advies om hun cafeïne-inname te beperken.
Toekomst: klimaat en veredeling
Klimaatverandering vormt een grote uitdaging voor de koffieteelt: hogere temperaturen en veranderende neerslagpatronen kunnen plantgezondheid en optimale teeltgebieden verschuiven. Veredeling en selectie van resistentere, hittebestendige rassen, biodiversiteitsvriendelijke teeltsystemen en technologieën voor betere opbrengst en verwerking zijn essentieel om de sector toekomstbestendig te maken.
Samengevat is Coffea niet alleen biologisch interessant als geslacht van planten met unieke chemische verdedigingsmiddelen, maar ook economisch en cultureel van groot belang. Van boon tot kopje doorloopt koffie een lange keten met vele kansen en uitdagingen voor kwaliteit, milieu en mensen die ervan leven.
Geschiedenis
in Europa Koffie kwam Europa binnen via twee routes, via de landhandel van het Ottomaanse Rijk en via de zeehandel, vanuit de havens van Jemen en de Hoorn van Afrika. Was.
Het werd ook in dit land verbouwd. Rond 1650 na Christus werd koffie ingevoerd in Engeland en werden er koffiehuizen opgericht in Oxford en Londen.
De teelt van de koffieplant in Engeland begon in dezelfde tijd, maar ongedierte en het koude weer van de regio vernietigden de koffieplanten en de Britten moesten zich in plaats van op de koffieteelt wenden tot de theeteelt, als eerste in Europa tot koffie als drank. Moslims werden met argwaan bekeken, maar er wordt gezegd dat rond het jaar 1600 paus Clemens VIII zo van een kopje koffie genoot dat hij het monopolie ervan in handen van moslims als een grote vergissing beschouwde en eiste dat het "gedoopt" zou worden. Het koffiedrinken in Oostenrijk nam enorm toe na de nederlaag van het beleg van Wenen in 1683 en de confiscatie van hun grote koffiereserves.
Vóór het begin van de 18e eeuw was het gebruik van koffiedranken in heel Europa gebruikelijk. Europese landen introduceerden deze plant in tropische gebieden, zodat deze landen koffieplanten konden kweken en massaal produceren. Net als in het Midden-Oosten en Groot-Iran werden koffiehuizen in Europa een plaats voor gezelligheid, studie en het uitwisselen van meningen over actuele kwesties. Een andere overeenkomst was de mogelijkheid om ze te veranderen in een verzamelplaats voor ongewenste elementen en vandalen. Charles II, koning van Engeland, introduceerde koffiehuizen als "plaatsen waar verraders elkaar ontmoeten en vulgaire roddels verspreiden over zijne Majesteit en zijn ministers". In de 18e eeuw had het beroemde Parijse koffiehuis, Café Procope, vaste klanten zoals Mara, Danton en Robespierre die er de revolutie planden tijdens de Franse Revolutie.
Vragen en antwoorden
V: Tot welk geslacht behoort koffie?
A: Koffie behoort tot het geslacht Coffea.
V: Van hoeveel soorten Coffea wordt koffie gemaakt?
A: Slechts twee soorten Coffea, Coffea arabica en C. canephora, worden gebruikt om koffie te zetten.
V: Waar komt de plant oorspronkelijk vandaan?
A: De plant komt oorspronkelijk uit subtropisch Afrika en Zuid-Azië.
V: Waarvoor wordt cafeïne in koffiebonen gebruikt?
A: Cafeïne in koffiebonen is een vorm van natuurlijke verdediging van de plant tegen plantenvraat. Het beschermt de zaden van de plant tegen opeten door dieren.
V: Welke andere toepassingen heeft de vrucht naast het zetten van thee?
A: De vrucht kan ook worden gebruikt in vele soorten frisdrank.
V: Zijn er insectenplagen die de planten aanvallen en de productie beïnvloeden?
A: Ja, verschillende insectenplagen tasten de planten aan en beïnvloeden de koffieproductie.
V: Zijn er Lepidoptera (vlinders of motten) die koffie als voedselbron gebruiken?
A: Ja, sommige Lepidoptera gebruiken koffie als voedselbron voor hun larven.
Zoek in de encyclopedie