Een kompas (soms ook passer genoemd, of in meervoud paar kompassen) is een tekengereedschap waarmee je cirkels of bogen kunt tekenen en delen van cirkels kunt afmeten. Daarnaast wordt het vaak gebruikt om afstanden te meten, met name op kaarten. Passers en kompassen worden ingezet bij onder andere wiskunde, tekenen en technisch ontwerp; wees er echter van bewust dat een navigatiekompas (voor richting bepalen) iets heel anders is dan het tekengereedschap dat hier beschreven wordt.

Onderdelen en werking

Kompassen bestaan meestal uit metalen of kunststof onderdelen en hebben twee poten die elkaar bij een scharnier verbinden. Door de poten uit elkaar of naar elkaar toe te bewegen, verandert de straal van de te tekenen cirkel. Een typische passer heeft:

  • een scherpe punt (vaak een spijker of metalen pin) aan het ene been, die het midden van de cirkel fixeert;
  • aan het andere been een schrijfmiddel, zoals een potlood of een pen, waarmee de cirkel op papier wordt getekend;
  • een verstelmechanisme (scharnier of schroef) waarmee je de straal nauwkeurig instelt.

Bij sommige modellen kun je de hoogte of het uitsteekende deel van het potlood aanpassen om scherpere lijnen te krijgen of om slijtage van het grafiet te compenseren. Voor heel kleine cirkels bestaan speciale precisiepassers (bijv. boogkompassen) met fijnere verstellingen.

Soorten passers

  • Standaardpasser: het meest gangbare type met één punt en één potlood/penhouder.
  • Mechanische passer: een kompas met een ingebouwd mechanisch potlood of houder voor een verfijnd schrijfgereedschap, handig voor precies tekenen.
  • Boogkompas: geschikt voor zeer kleine stralen; heeft vaak een fijnafstelling voor grotere precisie.
  • Balk- of rolpasser (straalpasser): voor grotere cirkels; een balkverbinding of verlengde arm maakt grotere stralen mogelijk.
  • Verdeler (divider): een kompas met twee punten en geen schrijfmateriaal; wordt gebruikt om afstanden over te brengen of te delen en is nuttig bij meten en technische bewerkingen.

Gebruik en toepassingen

Passers worden in veel vakgebieden gebruikt:

  • Wiskunde en meetkunde: construeren van cirkels, bogen, hoeken en het overbrengen van afstanden volgens klassieke Euclidische methoden.
  • Technisch tekenen en architectuur: nauwkeurige cirkelvormen en rondingen in tekeningen en ontwerpen.
  • Kaartwerk: op schaal afstanden afmeten of overbrengen, hoewel voor navigatie op zee of land een magnetisch of gyro-kompas nodig is.
  • Houtbewerking en metaalbewerking: markeren van centrumpunten en booglijnen met een verdeler of passer.

Verdeler (divider)

Een verdeler is een speciale vorm van kompas die uit twee punten bestaat en geen potlood heeft. Hij wordt gebruikt om afstanden op te nemen en te delen en om lengtes nauwkeurig over te zetten. In de geometrie gebruikt men een verdeler vaak om een lijn in gelijke delen te verdelen of om afstanden van de ene plaats naar de andere over te brengen zonder een maatstaf.

Onderhoud en veiligheid

  • Bewaar de passer met de punten gesloten of met een beschermkapje om beschadiging en verwonding te voorkomen.
  • Hou scherpe punten uit de buurt van kinderen; gebruik waar mogelijk punthouders of puntbeschermers.
  • Houd scharnieren en schroeven schoon en licht ingevet zodat de fijninstelling soepel blijft werken.
  • Vervang of slijp het potlood of de penpunt regelmatig om scherpe, consistente lijnen te behouden.

Samengevat is een kompas (passer) een veelzijdig en nauwkeurig tekengereedschap dat onmisbaar is in onderwijs, techniek en ambacht, met varianten zoals mechanische kompassen en verdelers voor specifieke taken.