Een cultigen is een plant die het resultaat is van kunstmatige selectie door de mens. Liberty Hyde Bailey, een Amerikaanse botanicus, was de eerste die de term gebruikte, in 1918. Bailey merkte op dat de classificatie die Linné voor planten had ingevoerd, niet bruikbaar was voor het indelen van planten die het resultaat waren van menselijke teelt en selectie. Hij noemde de planten die in het wild groeien zonder menselijke selectie indigenen. Een cultigen was:

"...een gedomesticeerde groep waarvan de oorsprong wellicht onbekend is... ... een gedomesticeerde groep waarvan de oorsprong wellicht onbekend is ... [Hij heeft] zodanige kenmerken dat hij zich onderscheidt van bekende indigenen, en is waarschijnlijk niet vertegenwoordigd door een type-exemplaar of een exacte beschrijving".

Het punt is dat een cultigen niet altijd in het traditionele Linneaanse systeem van botanische classificatie kan worden geplaatst.

Bailey veranderde zijn definitie later in "Plant of groep die alleen in cultuur bekend is; vermoedelijk afkomstig van domesticatie; contrast met indigen", wat de hierboven gebruikte definitie is. Voorbeelden van cultigenen zijn maïs en kool.

Wat bedoelen we precies met 'cultigen'?

In eenvoudige woorden is een cultigen elke plantvorm die is ontstaan of bewerkt door menselijke activiteiten: bewust selecteren van eigenschappen, kruisingen, vegetatieve vermeerdering (zoals stekken of enten), en moderne biotechnologieën. Een cultigen kan een duidelijk verschillend uiterlijk, smaak of teelt-eigenschap hebben vergeleken met zijn wilde voorouders. Soms is de precieze herkomst onbekend omdat de verandering al lang geleden plaatsvond of omdat de wilde voorouder inmiddels verdwenen of sterk veranderd is.

Oorsprong en manieren waarop cultigen ontstaan

  • Domestication (domesticatie): langdurige selectie door mensen, zoals bij graangewassen, groente- en fruitgewassen.
  • Kruising en veredeling: gericht fokken om combinatie van gewenste eigenschappen te verkrijgen (resistentie, opbrengst, smaak).
  • Vegetatieve vermeerdering: klonen van planten die eigenschappen behouden (bijv. veel fruitbomen, aardappelrassen).
  • Mutaties en polyploïdie: spontaan of geïnduceerd veranderde chromosoomaantallen die nieuwe eigenschappen geven.
  • Biotechnologie en genetische modificatie: moderne technieken kunnen nieuwe cultigen opleveren met specifieke ingevoegde eigenschappen.

Kenmerken en voorbeelden

Een cultigen herken je vaak aan eigenschappen die nuttig zijn voor de mens: grotere vruchten, betere houdbaarheid, verandering in kleur of vorm, of aanpassingen aan teeltomstandigheden. Sommige cultigen zijn zo verschillend geworden dat ze nauwelijks meer lijken op hun wilde voorouders of dat die voorouders niet meer goed te identificeren zijn.

Voorbeelden van bekende cultigen zijn landbouwgewassen en groenten die door de mens sterk zijn ontwikkeld. In de tekst hierboven worden maïs en kool als voorbeelden genoemd; daarnaast kun je denken aan tarwe, rijst, aardappel, banaan, tomaat en appel—allemaal planten die in belangrijke mate door menselijke selectie zijn gevormd.

Classificatie en naamgeving

Een belangrijk praktisch gevolg van het cultigenbegrip is dat sommige van deze planten moeilijk in het klassieke Linnéaanse systeem te plaatsen zijn, omdat dat systeem uitgaat van natuurlijke soorten met type-exemplaren. Voor veel gecultiveerde vormen bestaat er een aparte naamgeving en regelgeving. Twee veelgebruikte termen die je tegenkomt zijn:

  • Cultivar: een specifiek veredeld ras of variëteit dat officieel een naam krijgt (vaak tussen enkele aanhalingstekens, bijvoorbeeld 'Golden Delicious'). Cultivars vallen onder regels zoals het International Code of Nomenclature for Cultivated Plants.
  • Landrace: traditioneel lokaal gecultiveerde rassen die minder uniform zijn dan moderne cultivars en vaak ontstaan door lange lokale selectie.

Niet elk cultigen is automatisch een cultivar met een officiële naam, en niet elke cultivar voldoet aan criteria om als aparte biologische soort te worden beschouwd.

Waarom is het begrip belangrijk?

Het onderscheid tussen wilde planten en cultigen is relevant voor landbouw, biodiversiteit, landbouwgeschiedenis en juridische bescherming van rassen. Begrip van cultigens helpt ook bij het behoud van genetische diversiteit: het herkennen van oude landrassen of verloren gegane voorouders kan belangrijk zijn voor veredeling en duurzame teelt.

Samenvatting

Een cultigen is een door de mens gevormde plantgroep waarvan de oorsprong meestal samenhangt met domesticatie en selectie. Liberty Hyde Bailey introduceerde de term om deze door mensen gemaakte variëteiten beter te kunnen bespreken, omdat ze niet altijd passen in het traditionele Linnéaanse classificatiesysteem. Cultigens variëren van eeuwenoude landbouwgewassen tot moderne gekweekte rassen en biotechnologisch ontwikkelde planten.