Dementia praecox — historische benaming voor schizofrenie
Ontdek de geschiedenis van 'dementia praecox' — de vroege, historische benaming voor schizofrenie; van Morel en Kraepelin tot Bleuler en terminologische ontwikkeling.
Dementia praecox is een historische medische term die Bénédict Augustin Morel voor het eerst gebruikte in 1860. Hij beschreef daarmee de toestand van een tiener die zich terugtrok uit de maatschappij en symptomen begon te vertonen die leken op die van dementie. De term betekent letterlijk ‘vroegtijdige dementie’ en verwijst naar het idee van een voortschrijvende achteruitgang van de geestelijke vermogens op jonge leeftijd. Ter vergelijking: bij dementie die in de gebruikelijke zin wordt bedoeld, gaat het meestal om een ziekte die vooral bij oudere mensen voorkomt.
Classificatie door Kraepelin en kritiek
De Duitse psychiater Emil Kraepelin nam de term over en gebruikte dementia praecox als een aparte groep ziekten in zijn classificatiesystematiek. Kraepelin stelde dit tegenover de aandoening die wij nu kennen als bipolaire stoornis. Zijn onderscheid berustte vooral op het verloop: bij bipolaire stoornis treedt vaak herstel tussen episoden op, terwijl men dacht dat dementia praecox meestal een chronisch en progressief beloop had zonder terugkeer naar het oude niveau van functioneren. Dit idee van onveranderlijke achteruitgang kon later niet in alle gevallen worden bevestigd.
Bleuler en de overgang naar 'schizofrenie'
Begin 20e eeuw bracht Eugen Bleuler een wezenlijke herinterpretatie: in 1911 stelde hij dat wat men eerder dementia praecox noemde beter begrepen kon worden als schizofrenie. Bleuler legde de nadruk niet op onvermijdelijke dementie maar op het ‘splitsen’ of fragmenteren van functies van het denken en voelen. Hij introduceerde daarmee een andere kijk op de kernsymptomen (zoals verstoord denken, wanen en hallucinaties, en zogeheten negatieve symptomen zoals emotionele afvlakking). Het woord ‘schizofrenie’ werd geleidelijk gangbaarder en was vóór circa 1925 nog niet algemeen gebruikelijk.
Moderne betekenis en behandeling
Tegenwoordig is dementia praecox een verouderde term; in de hedendaagse psychiatrie gebruikt men het begrip schizofrenie en aanverwante psychotische stoornissen (zoals in classificatiesystemen DSM-5 en ICD-11). Schizofrenie ontstaat vaak in de adolescentie of vroege volwassenheid en kan verschillende symptomen geven, onder andere:
- hallucinaties (bijvoorbeeld stemmen horen),
- wanen (onjuiste overtuigingen die moeilijk te corrigeren zijn),
- gedrags- en denkstoornissen (chaotisch spreken of handelen),
- negatieve symptomen (terugtrekking, verminderd spreken, emotionele vlakheid),
- cognitieve problemen zoals concentratie- en geheugenstoornissen.
Het beloop en het vooruitzicht (prognose) zijn wisselend: sommige mensen herstellen goed of bereiken langdurige stabiliteit met behandeling, anderen houden langdurige beperkingen. Sinds de introductie van antipsychotica in de jaren 1950 en de ontwikkeling van psychosociale interventies (therapie, revalidatie, familieondersteuning, vroeginterventieprogramma’s) zijn de behandel- en rehabilitatiekansen sterk verbeterd.
Historische en maatschappelijke kanttekeningen
De term dementia praecox weerspiegelt oudere opvattingen die de aandoening als onherstelbare achteruitgang zagen; dat heeft in het verleden bijgedragen aan deterministische verwachtingen en stigma. Moderne opvattingen benadrukken dat vroegtijdige herkenning, passende behandeling en sociale ondersteuning van groot belang zijn. Mensen met een psychotische stoornis verdienen respectvolle zorg en reële kansen op herstel en participatie.
Belangrijkste punten
- Dementia praecox is een historische naam (Morel, 1860) die verwees naar vroege geestelijke achteruitgang.
- Emil Kraepelin nam de term op in zijn classificaties en contrasteerde die met bipolaire stoornis.
- Eugen Bleuler hernoemde en herinterpreteerde de aandoening rond 1911 als schizofrenie, waarna de oude term geleidelijk buiten gebruik raakte.
- Vandaag de dag spreken we van schizofrenie en aanverwante stoornissen; behandeling bestaat uit medicatie en psychosociale zorg, en de prognose kan sterk verschillen.

Eerste druk van het werk van Eugen Bleuler
Vragen en antwoorden
V: Wanneer werd de term "Dementia praecox" voor het eerst gebruikt en door wie?
A: De term "Dementia praecox" werd voor het eerst gebruikt door Bénédict Augustin Morel in 1860.
V: Wat was de toestand van de tiener die Morel inspireerde om de term "Dementia praecox" te gebruiken?
A: De tiener trok zich terug uit de maatschappij en begon symptomen te vertonen die leken op die van dementie.
V: Welke mentale ziekte komt het meest voor bij oude mensen?
A: Dementie is een mentale ziekte die meestal voorkomt bij oude mensen.
V: Welke mentale ziekte stelde Emil Kraepelin tegenover "Dementia praecox"?
A: Emil Kraepelin stelde "Dementia praecox" tegenover Bipolaire stoornis.
V: Komen perioden van normaliteit voor bij mensen met een bipolaire stoornis?
A: Ja, perioden van normaliteit komen voor bij mensen met een bipolaire stoornis.
V: Hebben mensen met "Dementia praecox" episodes waarin ze normaal lijken?
A: Nee, mensen met "Dementia praecox" hebben geen perioden waarin ze normaal lijken.
V: Welke term werd door Eugen Bleuler gebruikt om "Dementia praecox" te beschrijven?
A: Eugen Bleuler zei dat "Dementia praecox" eigenlijk schizofrenie was.
Zoek in de encyclopedie