Diogenes van Sinope (of Diogenes de Cynicus) was een Oudgriekse filosoof. Hij werd geboren in de stad Sinope (nu Sinop, Turkije) rond het jaar 412 voor Christus en stierf in de stad Korinthe, Griekenland in het jaar 323 voor Christus.
Nadat hij werd verbannen omdat hij de munt had gedegradeerd, verhuisde hij naar Athene. Hij had een eenvoudige levensstijl en gedrag. Dit gaf hem een basis om de sociale waarden en instellingen van de corrupte, verwarde maatschappij die hij om zich heen zag, te bekritiseren.
Diogenes maakte een deugd van armoede. Hij bedelde voor de kost en sliep vaak in een grote keramische pot op de markt. Hij werd berucht om zijn filosofische stunts. Hij droeg overdag een lamp en beweerde dat hij op zoek was naar een eerlijke man.
Hij bekritiseerde Plato, betwistte zijn interpretatie van Socrates. Hij saboteerde Plato's lezingen, waarbij hij de aanwezigen afleidde door voedsel mee te brengen en te eten tijdens de discussies. Diogenes stond er ook om bekend dat hij in het openbaar de spot dreef met Alexander de Grote.
Diogenes hielp Antisthenes bij het creëren van cynisme, een filosofie die zich richt op het leiden van een eenvoudig leven zonder de noodzaak van geld, roem, macht of bezittingen.
Diogenes werd gevangen genomen door piraten en verkocht als slaaf. Uiteindelijk vestigde hij zich in Korinthe. Daar legde hij het cynisme uit aan Crates, die het leerde aan Zeno van Citium. Zeno werkte aan het stoïcisme, dat een van de belangrijkste scholen van de Griekse filosofie werd.
Geen van Diogenes' geschriften heeft het overleefd, maar er zijn enkele details van zijn leven uit anekdotes. De anekdotes komen uit Diogenes Laërtius' boek Lives and Opinions of Eminent Philosophers en enkele andere bronnen.

