Met kerkelijk Latijn (soms kerklatijn of Italiaans Latijn genoemd) wordt de Latijnse taal bedoeld die wordt gebruikt in documenten van de rooms-katholieke kerk en in haar Latijnse liturgieën. Het is geen aparte taal of dialect, maar alleen het Latijn dat voor kerkelijke doeleinden wordt gebruikt, want dezelfde taal kan ook voor commerciële of andere doeleinden worden gebruikt.

De Kerk vaardigde de dogmatische definities van de eerste zeven Algemene Raden uit in het Grieks, en zelfs in Rome bleef Grieks aanvankelijk de taal van de liturgie en de taal waarin de eerste pausen schreven. De Heilige Stoel is niet verplicht Latijn als officiële taal te gebruiken en zou in theorie zijn praktijk kunnen veranderen.

Maar Latijn heeft het voordeel dat de betekenis van zijn woorden minder snel radicaal verandert van eeuw tot eeuw. Dit draagt bij tot de theologische nauwkeurigheid en orthodoxie. Daarom hebben recente pausen het belang van het Latijn voor de Kerk en in het bijzonder voor degenen die kerkelijke studies volgen, opnieuw bevestigd.