De Ediacaran periode (ongeveer 635–541 miljoen jaar geleden) is vernoemd naar de Ediacara Heuvels in Zuid-Australië. Het is de laatste geologische periode van het Proterozoïcum eon en wordt gevolgd door het Cambrium, de eerste periode van het Palaeozoïcum. De grenzen van de periode (ca. 635 Ma aan het begin en 541 Ma aan het einde) corresponderen met belangrijke wereldwijde veranderingen: de afronding van de late Neoproterozoïsche ijstijd(en) aan het begin en de verschijningsgraad van karakteristieke Cambrium-traces (zoals Treptichnus pedum) aan het einde.
Ontdekking en geschiedenis van onderzoek
Deze periode is beroemd om de eerste fossielen met grotere, complexe lichamen, die waarschijnlijk de eerste metazoïden zijn. De eerste vondsten waren indrukken of sporenfossielen die in het Engelse Charnwood Forest, Leicestershire, werden beschreven. Geologen en paleontologen wisten aanvankelijk niet wat zij hadden gevonden; veel ontdekkingen bleven lang onbegrepen. Pas meer dan zestig jaar later werden vergelijkbare fossielen in Zuid-Australië gevonden, wat leidde tot het begrip van een wereldwijde, karakteristieke fauna uit deze tijd.
Kenmerken van de Ediacara-fauna
De verzameling organismen die vaak onder de naam 'Ediacara-fauna' wordt samengevat, omvat een grote verscheidenheid aan lichaamsvormen en grootten. Enkele kenmerken:
- Zachte lichamen: de meeste soorten hadden geen harde schelpen of skeletten en werden preserved als afdrukken of compressies.
- Diffuse lichaamsplannen: veel vormen (zoals fractale, ruggengraatloze en ruggenrilachtige lichamen) wijken sterk af van latere diergroepen; sommige vormen waren radiaal symmetrisch, andere hadden menigeen segmentatie of fractale takking.
- Taphonomie: behoud van zachte delen werd vaak mogelijk door bewaring in fijnkorrelige zandsteen en door de aanwezigheid van microbial mats (bacteriële matten) die de afdrukken stabiliseerden — dit levert het karakteristieke 'Ediacaran-type preservation' op.
Belangrijke groepen en voorbeelden
De taxonomische indeling van Ediacara-organismen is vaak onzeker en omstreden. Mogelijke groepen en bekende vormen zijn:
- Rangeomorfen (fractal-achtige organismen met vertakkende structuren)
- Dickinsoniomorfen (plat, ovale vormen zoals Dickinsonia)
- Tribrachidia-achtige vormen (drie-armige of radiale morfologieën)
- Andere raadselachtige vormen zoals Charnia, Spriggina en Charniodiscus
Sommige onderzoekers beschouwen delen van de fauna als vroege dieren (Metazoa), andere zien ze als uitgestorven evolutionaire experimenten buiten de lijn van moderne rijken.
Omgevings- en ecologische omstandigheden
De Ediacara-periode kende uiteenlopende mariene omgevingen, van ondiepe kustvlaktes tot diepzee-omgevingen. Belangrijke milieu-invloeden waren:
- Beschikbaarheid van zuurstof: geleidelijke toename van op zuurstof gebaseerde niches kan de evolutie van grotere, multi-cellulaire levensvormen hebben gefaciliteerd.
- Microbieel mat-bedekking: ontsloot oppervlakken waarop organismen leefden en die een rol speelden bij hun behoud.
- Verschuivingen in sedimentatie en chemie van de oceanen, deels als nasleep van grootschalige ijstijden (zoals de Marinoan-glaciatie).
Belangrijke vindplaatsen
De Ediacara-fauna is wereldwijd gevonden. Naast de oorspronkelijke vindplaats in Zuid-Australië worden belangrijke lokaalheden genoemd in Newfoundland (Mistaken Point), Namibië (Nama Group), de Witte Zee-regio in Rusland en het reeds genoemde Charnwood Forest in Engeland. Deze vindplaatsen leveren samen inzicht in de verspreiding, variatie en ecologie van Ediacara-organismen.
Aanloop naar het Cambrium en het verdwijnen van de fauna
Aan het einde van de Ediacara-periode zien we een vermindering en in veel regio's het verdwijnen van typische Ediacara-vormen vlak voor of tijdens de vroege Cambrium. Mogelijke oorzaken zijn ecologische veranderingen (zoals toename van bioturbatie en predatie), veranderingen in sedimentatie en voedingsketens, of het simpelweg verdrongen worden door beter aangepaste opkomende diergroepen. De exacte oorzaken blijven onderwerp van lopend onderzoek en debat.
De status van het Ediacaran als een officiële geologische periode werd in 2004 bevestigd door de International Union of Geological Sciences (IUGS). Het was daarmee de eerste nieuwe geologische periode die in 120 jaar werd uitgeroepen. Sindsdien blijft de periode centraal staan in studies naar de oorsprong en vroege evolutie van meercellig leven op aarde.
