Elektronegativiteit, symbool χ, is een chemische eigenschap die aangeeft hoe goed een atoom elektronen naar zich toe kan trekken. De elektronegativiteit van een atoom wordt beïnvloed door het atoomnummer van het atoom en de afstand tussen de valentie-elektronen van het atoom (de buitenste elektronen die deelnemen aan de chemische binding) en zijn kern. Het werd voor het eerst getheoretiseerd door Linus Pauling in 1932 als onderdeel van zijn valentiebindingstheorie, en is gerelateerd aan andere chemische eigenschappen. In het algemeen neemt de elektronegativiteit toe van linksonder naar rechtsboven in het periodiek systeem; dit wordt een periodieke trend genoemd.

Er zijn vele manieren om de elektronegativiteit van een atoom te berekenen. De meest gebruikelijke berekeningswijze is die welke door Linus Pauling werd voorgesteld, en die de relatieve Pauling-schaal oplevert. Deze schaal geeft aan elementen dimensieloze grootheden (waarden) tussen 0,7 en 3,98, waarbij waterstof op 2,20 ligt.

Het tegenovergestelde van elektronegativiteit is elektropositiviteit; de maatstaf voor de mate waarin een atoom elektronen afgeeft.