De Ernestijnse hertogdommen, ook wel de Saksische hertogdommen genoemd, waren een wisselend aantal staatjes in de huidige Duitse deelstaat Thüringen, bestuurd door hertogen van de Ernestijnse lijn van het huis Wettin. De Albertijnse hertogdommen Weissenfels, Merseburg en Zeitz werden ook wel eens "Saksische hertogdommen" genoemd en grenzen aan verschillende Ernestijnse hertogdommen.
De naam "Ernestijns" verwijst naar hertog Ernest van Saksen (1441–1486), die bij de deling van het huis Wettin in 1485 (de Verdraag van Leipzig) het oudste deel kreeg. Door opvolgingen en voortdurend verdeelde erfenissen splitste dit territorium zich vanaf de 16e eeuw in vele kleine, vaak niet-aaneengesloten staatjes. Hoewel de Ernestijnse vorsten de titel "Sachsen" (Saksen) bleven voeren, lagen hun gebieden grotendeels in wat we nu Thüringen noemen — vandaar de verwarring tussen historisch Saksen en het moderne deelstaatgebied.
Belangrijke historische momenten
- Partition of Leipzig (1485): de scheiding van het huis Wettin in een Ernestijnse en een Albertijnse tak;
- Schmalkaldische Oorlog en 1547: de Ernestijnen verloren na de oorlog en de gevangenname van keurvorst Johan Frederik I de keurvorstelijke waardigheid aan de Albertijnse tak (Maurice van Saksen), waardoor de politieke invloed van de Ernestijnen sterk afnam;
- 16e–19e eeuw: door voortdurende delingen ontstonden veel kleine hertogdommen (vaak genoemd naar hun zetel), die politiek fragmentarisch en territoriaal versnipperd waren;
- 19e eeuw: de Ernestijnse hertogdommen traden toe tot de Duitse Bond en later tot de Noord-Duitse Bond en het Duitse Keizerrijk, waarbij zij hun soevereiniteit behielden maar aan moderniseringsdruk blootstonden;
- 1918–1920: na de Duitse novemberrevolutie traden de hertogen af, werden vrijstaten gevormd en vonden in 1920 de meeste Ernestijnse gebieden hun samenvoeging in de nieuwe deelstaat Thüringen.
Voornaamste Ernestijnse hertogdommen (voorbeeldlijst)
- Saksen-Weimar (later Saxe-Weimar-Eisenach): een van de grotere Ernestijnse staten, bekend als centrum van cultuur en literatuur; talrijke dichters en denkers zoals Goethe en Schiller waren aan het hof van Weimar verbonden.
- Saksen-Gotha (met afsplitsingen zoals Saxe-Gotha-Altenburg): belangrijk door dynastieke huwelijken en medebepalende rol in de Duitse politiek.
- Saksen-Coburg(-Saalfeld / -Gotha): deze dynastie kreeg internationale bekendheid doordat prins Albert van Saksen-Coburg en Gotha huwde met koningin Victoria van het Verenigd Koninkrijk; later vormde dit huis koninklijke takken in verschillende Europese landen.
- Saksen-Meiningen: cultureel actief en politiek relatief stabiel; bekend om theaterondersteuning en militaire hervormingen.
- Saksen-Altenburg, Saksen-Hildburghausen, Saksen-Eisenach, Saksen-Jena en andere kleine partitities: vele kortstondige of territoriaal kleine hertogdommen die ontstonden door successiedelingen.
Politieke en culturele betekenis
Hoewel politiek versnipperd, speelden de Ernestijnse hertogdommen een belangrijke culturele rol in Duitsland. Vooral Weimar groeide in de late 18e en vroege 19e eeuw uit tot een intellectueel centrum (Weimarclassicisme). De dynastieke verbondenheid van Coburg maakte de Ernestijnen tot actoren op het internationale huwelijksfront, wat hun invloed buiten Thüringen vergrootte.
Einde van de hertogdommen en samenvoeging in Thüringen
Na de Eerste Wereldoorlog en de Duitse revolutie van 1918 traden de meeste hertogen af. De voormalige Ernestijnse gebieden werden omgevormd tot republikeinse vrijstaten en in 1920 werden veel van deze staten samengevoegd in de deelstaat Thüringen. De historische namen en vorstelijke huizen bleven echter van belang voor cultuurhistorisch onderzoek, erfgoed en heraldiek.
De Ernestijnse hertogdommen vormen een voorbeeld van de sterke fragmentatie van het Heilige Roomse Rijk en laten zien hoe dynastieke gebruiken, successierechten en politieke gebeurtenissen de kaart van Centraal-Europa door de eeuwen heen hebben gevormd.


