De vierde muur is de denkbeeldige "muur" aan de voorzijde van het podium in een traditioneel driewandig theater. In een theater is de vierde wand degene waardoor het publiek de actie van het stuk ziet. Het idee van de vierde muur is beroemd geworden door filosoof en criticus Denis Diderot. Het werd meer gebruikt in de 19e eeuw. De vierde muur breidde het idee uit van een denkbeeldige grens tussen een fictief werk en het publiek.

Als een acteur rechtstreeks tot het publiek spreekt, iets met het publiek doet, of zelfs gewoon het publiek opmerkt, dan staat dat bekend als "het breken van de vierde muur". In een film, of op televisie, kan dit worden gedaan door de acteur rechtstreeks met de camera te spreken. Dit doorbreekt een grens die normaal gesproken door werken van fictie wordt opgetrokken of verondersteld. Het staat bekend als een metafictionele techniek. In literatuur en videospelletjes gebeurt het wanneer een personage de lezer of speler erkent.

De vierde muur is niet hetzelfde als een soliloquie. Een soliloquie is een dramatisch apparaat dat door toneelschrijvers wordt gebruikt, waarbij het personage op het podium een monoloog geeft die het publiek inzicht geeft in hun gedachten.

De aanvaarding van de transparantie van de vierde muur maakt deel uit van de opschorting van het ongeloof tussen een fictief werk en een publiek. Het stelt hen in staat om van de fictie te genieten alsof ze echte gebeurtenissen waarnemen. Hoewel de criticus Vincent Canby het in 1987 omschreef als "die onzichtbare kras die het publiek voor altijd van het toneel scheidt".