De Grote Commissie in het christelijk geloof is iets dat Jezus aan zijn volgelingen vertelde. Dit gebeurde na zijn verrijzenis. Jezus vertelde zijn Twaalf Apostelen om over de hele wereld te gaan en iedereen over Hem te vertellen. De bekendste versie van de Grote Opdracht staat in Mattheüs 28:16 tot 20. Jezus ontmoet zijn volgelingen op een berg in Galilea. Hij draagt hen op om iedereen tot discipelen te maken en te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.

Eerder had Jezus 70 van zijn volgelingen uitgezonden om te prediken en te genezen, maar alleen aan de Joden. Jezus zelf had echter al eerder niet-Joodse mensen genezen. Aan het begin van zijn openbare werk, sprak Jezus tot zijn eigen volk. Nadat Hij uit de dood was opgestaan, maakte Hij duidelijk dat Zijn boodschap voor iedereen was. Deze "opdracht" is heel belangrijk voor zendelingen die geloven dat God wil dat zij naar elk land in de wereld gaan en over Jezus prediken.