Eilanddwerggroei, of insulaire dwerggroei, is de vermindering in grootte van grote dieren over een aantal generaties.
Hetzelfde proces kan zich voordoen in de evolutie op het vasteland: een voorbeeld is de evolutie van de dwergzijdeaapjes en -tamarins onder de apen van de Nieuwe Wereld. De kleinste daarvan is Cebuella pygmaea.
De belangrijkste oorzaak is dat het verspreidingsgebied van hun populatie beperkt is tot een kleine omgeving, en dit gebeurt het vaakst op eilanden. Dit proces heeft zich in de loop van de evolutionaire geschiedenis vele malen voorgedaan. Voorbeelden zijn dinosauriërs, zoals Europasaurus, en moderne dieren zoals olifanten en hun verwanten.
Dit proces kan zich niet alleen voordoen op traditionele eilanden, maar ook in andere situaties waar een ecosysteem geïsoleerd is van externe hulpbronnen en voortplanting. Het kan gaan om grotten, woestijnoases, geïsoleerde valleien en geïsoleerde bergen ("hemeleilanden"). Insulaire dwerggroei is één aspect van de meer algemene "eiland-regel", dat wanneer dieren van het vasteland eilanden koloniseren, kleine soorten de neiging hebben grotere lichamen te ontwikkelen, en grote soorten kleinere lichamen.

