Kinorhyncha — modderdraken van de zeebodem: kleine (≤1 mm) invertebraten

Kinorhyncha — ontdek de modderdraken van de zeebodem: kleine (≤1 mm) zee-invertebraten, hun levenswijze, verspreiding en rol in het mariene ecosysteem.

Schrijver: Leandro Alegsa

Kinorhyncha is een phylum van kleine (1 mm of minder) zee-invertebraten. Ze komen veel voor in modder of zand op alle diepten van de zee. Ze worden ook wel modderdraken genoemd. Er zijn inmiddels ruim 250 beschreven soorten, verspreid over verschillende geslachten en families. Afhankelijk van de soort eten Kinorhynchs diatomeeën, bacteriën, micro-organisch afval of fijn organisch materiaal dat in de modder wordt gevonden.

Morfologie en bouw

Kinorhyncha zijn zeer klein (meestal <1 mm) en hebben een segmentaal lichaam dat in het algemeen uit een kop (introvert), een hals en een romp met 11 segmenten bestaat. Belangrijke kenmerken:

  • Introvert: een intrekbare kop met rijen stekels of scalids die gebruikt worden om zich vast te zetten en te bewegen.
  • Segmentatie: de romp is verdeeld in duidelijke segmenten (zoniten) met een verharde cuticula die geregeld wordt afgeworpen bij groei.
  • Cuticula: uit harde chitine-achtige plaatjes met vaak ornamenten of stekels, zichtbaar met licht- en scanning-elektronenmicroscopie.
  • Spijsvertering en ademhaling: eenvoudig darmkanaal; gaswisseling vindt plaats via diffusie door het lichaam en de cuticula.

Verspreiding en habitat

Kinorhynchen zijn strikt marien en leven interstitieel in sedimenten van de kustzone tot de diepzee. Ze komen voor in fijne modder, slib en zand rondom stenen, schelpdieren of zeewier. Door hun kleine formaat vullen ze een niche tussen micro-organismen en grotere bodemdieren.

Voeding en ecologie

Hun dieet is variabel maar omvat meestal micro-organisch materiaal:

  • microalgen zoals diatomeeën,
  • bacteriën en detritus,
  • opneming van opgeloste organische deeltjes uit sedimentwater.

Ze bewegen zich voort door het protracteren en retracteren van de introvert en door het verankeren van scalids in het sediment. Hierdoor spelen ze een rol in de verwerking van organisch materiaal en in processen van bioturbatie op microschaal.

Voortplanting en levenscyclus

De meeste kinorhynchen zijn gescheiden van geslacht (dioecisch). Bevruchting is meestal intern; eieren worden in het sediment gelegd. De ontwikkeling verloopt via meerdere juveniele stadia (instars) waarbij de dieren meerdere keren hun cuticula afwerpen voordat ze het volwassen stadium bereiken. Er is geen vrije zwemmende larve zoals bij veel andere mariene groepen; de levenscyclus is grotendeels gelimiteerd tot het sediment.

Onderzoek en waarneming

Kinorhyncha worden bestudeerd met behulp van sedimentoogst (cores, zand- en moddermonsters), decantatie en zeefmethoden om de kleine dieren te scheiden. Omdat veel morfologische details klein zijn, zijn lichtmicroscopie en vooral scanning-elektronenmicroscopie (SEM) cruciaal om soorten te onderscheiden en morfologische kenmerken te documenteren.

Ecologisch belang

Hoewel klein en vaak over het hoofd gezien, dragen kinorhynchen bij aan de omzetting van microbieel en organisch materiaal in sedimenten en vormen ze onderdeel van de microbenthische voedselwebben. Hun aanwezigheid en soortensamenstelling kunnen aanwijzingen geven over sedimentkwaliteit en ecologische condities.



 

Anatomie


Kinorhynchans zijn gesegmenteerde, ledemaatloze dieren, met een lichaam dat bestaat uit een kop, nek en een romp van elf segmenten. In tegenstelling tot sommige soortgelijke ongewervelde dieren hebben zij geen externe cilia, maar in plaats daarvan een aantal stekels langs het lichaam, plus tot zeven cirkels van stekels rond de kop. Deze stekels worden gebruikt om te bewegen, door de kop terug te trekken en naar voren te duwen, waarna ze met de stekels het substraat vastgrijpen terwijl ze het lichaam optrekken.

De lichaamswand bestaat uit een dunne laag, die een taaie cuticula afscheidt; deze wordt tijdens de groei tot volwassenheid meerdere malen verveld. Deze laag is een syncytium, dat kernen bevat, maar geen celmembranen.

De stekels zijn beweegbare verlengstukken van de lichaamswand, hol en bedekt met cuticula. De kop is volledig intrekbaar, en wordt bedekt door een stel nekplaten die placiden worden genoemd als ze zijn ingetrokken.

Het zenuwstelsel is typisch voor ongewervelde dieren. Het bestaat uit een ventrale zenuwstreng, met één ganglion in elk segment, en een voorste zenuwring rond de keelholte. Kleinere ganglia bevinden zich ook in de laterale en dorsale delen van elk segment, maar vormen geen afzonderlijke koorden. Sommige soorten hebben eenvoudige ocelli (oogvlekken) op de kop, en alle soorten hebben kleine borstelharen op het lichaam als tastzin.

Voortplanting

Er zijn twee geslachten die op elkaar lijken. Een paar gonaden bevindt zich in het middengebied van de romp, en opent zich naar poriën in het laatste segment. Bij de meeste soorten omvat het spermakanaal twee of drie stekelige structuren die vermoedelijk helpen bij de copulatie, hoewel de details onbekend zijn. De larven leven vrij, maar verder is er weinig bekend over hun voortplantingsproces.



 

Classificatie


Hun naaste verwanten zijn vermoedelijk de phyla Loricifera en Priapulida. Samen vormen zij de Scalidophora.

Phylum Kinorhyncha

  • Orde Cyclorhagida
  • Orde Homalorhagida



 



Zoek in de encyclopedie
AlegsaOnline.com - 2020 / 2025 - License CC3