Li Bai (ook Li Bo of Li Po, Chinees: 李白; pinyin: Lǐ Bái / Lǐ Bó; 701-762) was een Chinees dichter. Zijn collega-dichter Du Fu rekende hem tot de groep van Chinese geleerden die hij in een gedicht de "Acht Onsterfelijken van de Wijnkelk" noemde. Li Bai wordt vaak, samen met Du Fu, beschouwd als een van de twee grootste dichters in de literaire geschiedenis van China. Vandaag de dag kennen we ongeveer 1.100 van zijn gedichten.

De eerste vertalingen in een westerse taal werden in 1862 gepubliceerd door Markies d'Hervey de Saint-Denys in zijn Poésies de l'Époque des Thang. De Engelssprekende wereld maakte kennis met het werk van Li Bai door de publicatie History of Chinese Literature (1901) van Herbert Allen Giles en door de liberale, maar poëtisch invloedrijke vertalingen van Japanse versies van zijn gedichten door Ezra Pound.

Li Bai is vooral bekend om de verbeeldingskracht en de Taoïstische beeldspraak in zijn poëzie. Hij bracht een groot deel van zijn leven door met reizen. Men vertelt het verhaal dat hij van zijn boot viel toen hij de weerspiegeling van de maan probeerde te omhelzen, en daardoor verdronk in de Yangtze rivier.