Wade–Giles is een historisch systeem om gesproken Mandarijn-Chinees weer te geven met het Latijnse alfabet. Het werd in de tweede helft van de 19e eeuw ontwikkeld en nader uitgewerkt in een invloedrijk Chinees–Engels woordenboek. Wade–Giles legt de nadruk op klankverschillen die in het Chinees belangrijk zijn, maar die in het Engels niet op dezelfde manier bestaan, en heeft daardoor specifieke tekens en conventies gekregen voor aspiratie en toon.
Kenmerken en schrijfwijze
Een opvallend kenmerk van Wade–Giles is het gebruik van de apostrof om aspiratie aan te geven: een p met apostrof (p') duidt een uitgeademde, aspirerende plosief aan terwijl een p zonder apostrof een onuitgeademde tegenhanger aangeeft. Deze methode onderscheidt geluiden die in het Chinees functioneel verschillend zijn, maar in veel Europese talen als hetzelfde of als stemhebbend klankpaar worden ervaren. Andere conventies in Wade–Giles betreffen speciale lettercombinaties voor affricaten en fricatieven, en aanvullende aanduidingen voor tonen in academische werken. Voor meer toelichting zie vereenvoudigd Chinees en traditioneel Chinees, of vergelijk met Hanyu Pinyin.
Geschiedenis en ontwikkeling
Het systeem ontstond in de 19e eeuw en is grotendeels toe te schrijven aan de Britse taalkundige Thomas Wade; later werd het werk aangevuld en popularer gemaakt door Herbert Giles in een uitgebreid Chinees–Engels woordenboek. Wade–Giles baseert zich op de uitspraak van het Mandarijn die in en rond Peking of Beijing gangbaar was. Het kreeg brede acceptatie in westerse publicaties vanaf het einde van de 19e eeuw en bleef dominant in Engelstalige literatuur gedurende grote delen van de 20e eeuw, vooral vóór de invoering van moderne standaarden halverwege de twintigste eeuw (midden 19e eeuw, woordenboek 1892).
Gebruik, voorbeelden en invloed
Vele bekende Engelse schrijfwijzen van Chinese namen en begrippen zijn in Wade–Giles vastgelegd of door hun gebruik erdoor beïnvloed. Voorbeelden zijn Peking (tegenwoordig Beijing), Nanking (Nanjing) en persoonsnamen als Chiang Kai-shek of Mao Tse-tung. Populaire termen die in Wade–Giles een apostrof of andere notatie hadden, werden in informele Britse of Amerikaanse transcripties vaak zonder apostrof overgenomen, bijvoorbeeld Tao (pinyin Dao), tai chi (t'ai chi) en kung fu (gōngfu). Zulke aanpassingen beïnvloedden westerse uitspraak en geschrift langdurig.
Waarom en wanneer het systeem veranderde
In de 20e eeuw werd Wade–Giles geleidelijk vervangen door het door de Volksrepubliek China ontwikkelde Hanyu Pinyin, dat eenvoudiger en consistenter bleek voor breed onderwijsgebruik en internationale standaarden. Pinyin werd officieel ingevoerd in 1958 en kreeg later brede internationale erkenning. Daardoor verdwenen veel Wade–Giles-conventies uit officiële systemen; sommige regio's en oudere publicaties bleven echter teruggrijpen op Wade–Giles, en ook in Taiwan en in gevestigde toponiemen en persoonsnamen is de invloed nog zichtbaar (Taiwan, naslagwerken).
Belangrijke verschillen en praktische gevolgen
- Wade–Giles maakt een expliciete scheiding tussen aspiratie en niet-aspiratie met apostrofen; pinyin gebruikt verschillende letters (p versus b) om die contrasten weer te geven.
- Tonale aanduiding in Wade–Giles kan in wetenschappelijke publicaties anders worden weergegeven dan in pinyin, waar toontekens standaard zijn.
- Veel traditionele Engelse schrijfwijzen van Chinese namen blijven bestaan, ook nadat officiële romanisatie naar pinyin is overgeschakeld; dit weegt mee in bibliografieën, plaatsnamen en historische teksten (verschillen, praktijk).
Samenvattend is Wade–Giles een belangrijk historisch hulpmiddel voor de overdracht van Mandarijn in het Westen: het verklaart veel oudere schrijfwijzen en uitspraakwijzen die in literatuur en populaire cultuur zijn blijven hangen. Wie moderne transcriptie wil toepassen kiest doorgaans voor pinyin, maar kennis van Wade–Giles blijft nuttig voor onderzoek naar oudere bronnen en voor het begrijpen van vaste Engelse namen en termen (opmerkingen).