Lineair A is een oud schrift dat op Kreta werd gebruikt tijdens de Minoïsche periode. Niemand heeft dit script tot nu toe kunnen vertalen. Het was een van de schrijfsystemen op Minoïsch Kreta; een ouder systeem heet Kretenzische hiërogliefen. Beide schriftsoorten bestonden gelijktijdig en lijken deel te hebben uitgemaakt van een geschreven traditie waarbij verschillende systemen mogelijk voor verschillende doeleinden werden gebruikt.
Ontdekking en datering
Het gebruik van Lineair A beslaat grofweg de Midden- tot Late Bronstijd; de beginfase wordt vaak rond de 18e–17e eeuw voor Christus geplaatst, met gebruik tot ongeveer de 15e eeuw voor Christus toen de grootste paleiseconomieën op Kreta werden geraakt door maatschappelijke veranderingen en Myceense invloed. Lineair B, dat later door de Myceners werd overgenomen en aangepast, is ontsloten en vertaald; de vertaling van Lineair B (door onder anderen Michael Ventris en John Chadwick) heeft veel inzicht gegeven in Myceense administratie en taal. Archeoloog Arthur Evans was de eerste die in het begin van de 20e eeuw zowel Lineair A als Lineair B aantrof en systematisch bestudeerde.
Schriftsysteem en inhoud
Lineair A is een voornamelijk syllabisch schrift met daarnaast tal van tekens die ideografische of logografische functies vervullen. Hedendaagse paleografische tellingen wijzen op ongeveer 70 fonetische tekens (vermoedelijk lettergrepen) en een groot aantal beeldtekens (ongeveer honderd tekens worden vaak als ideografische tekens geïnterpreteerd) die goederen, maatregelen of administratieve begrippen kunnen aangeven. Ook zijn er symbolen voor hoeveelheden en enkele cijfers waarvan de waarde deels kan worden afgeleid door vergelijking met Lineair B-inscripties.
De meeste bewaard gebleven teksten zijn kort en administratief van aard: lijsten van goederen, hoeveelheden, namen van producten of personen en andere boekhoudkundige aantekeningen. Sommige teksten lijken rituele of religieuze elementen te bevatten; een paar inscripties worden als korte toewijdingen geïnterpreteerd, bijvoorbeeld wanneer ze voorkomen op voorwerpen die bij libaties of offers zijn aangetroffen.
Taal en ontcijferingspogingen
Hoewel veel tekens uit Lineair A overeenkomsten tonen met die uit Lineair B, levert het toepassen van de fonetische waarden van Lineair B doorgaans slechts leesbare letterreeksen op zonder begrijpelijke betekenis. Dat wijst erop dat Lineair A een andere taal notuleert dan het Myceens (de taal van Lineair B). Onder onderzoekers wordt de gebruikte taal vaak in algemene termen aangeduid als "Minoïsch" of — in latere perioden aangetroffen verwantschappen — als Eteocretanus, maar er is geen consensus: de taal lijkt geen duidelijke verwantschap te vertonen met beter bekende talen uit de regio (zoals de Indo-Europese of Semitische taalfamilies).
Er zijn door de jaren heen veel pogingen gedaan om Lineair A te ontcijferen: vergelijkingen met Lineair B, statistische en taalkundige analyses, en moderne computationele methoden. Sommige onderzoekers zoeken verbanden met Anatolische of andere niet-Indo-Europese talen, anderen opperen dat het een geïsoleerde taal is. Tot op heden is er geen algemeen aanvaarde ontcijfering.
Dragers, vindplaatsen en bewaarbaarheid
De bewaard gebleven Lineair A-teksten zijn vooral gevonden op kleitabletten, verzegelde voorraadstekens, votieve objecten en inscripties op aardewerk en steen. Omdat rechte of lineaire tekens en de wijze van schrijven op klei beperkingen opleggen voor langere, vloeiende teksten, is het waarschijnlijk dat veel uitgebreidere administratieve of literaire teksten oorspronkelijk op bederfelijke materialen zijn geschreven, zoals papyrus of perkament. Deze materialen vergaan echter veel sneller dan gebakken of gedroogde klei, waardoor het grootste deel van het schriftelijke materiaal voor onderzoek verloren is gegaan.
Belangrijke vindplaatsen van Lineair A-inscripties zijn onder meer Knossos, Phaistos, Malia, Zakros en Petras op Kreta; er zijn ook enkele vondsten op andere Egeïsche eilanden en aan de Griekse en Anatolische kusten, wat wijst op handelscontacten en bestuurlijke netwerken. Een bekend, maar uniek en moeilijk te plaatsen voorbeeld is de Phaistos-schijf, waarvan het schrift en de productiewijze afwijken van de meeste Lineair A-teksten en die nog steeds tot veel discussie leidt.
Functie en betekenis voor onderzoek
- Lineair A levert cruciale informatie over de Minoïsche economie, administratie en religieuze praktijken, ook al begrijpen we de taal nog niet volledig.
- Het schrift toont de continuïteit en verandering binnen de Egeïsche schrijfcultuur: van hiërogliefen naar lineaire systemen en van Minoïsche naar Myceense administratieve tradities.
- Ontcijfering van Lineair A zou grote gevolgen hebben voor onze kennis van de vroege geschiedenis van Kreta, de etnische en linguïstische samenstelling van de bevolking en de aard van Minoïsche samenleving en handel.
Samenvattend blijft Lineair A een van de grootste raadsels van de prehistorische Aegeïsche wereld: het schrift is goed gedocumenteerd in vormen en tekens, maar de betekenis en de gesproken taal die het representeert zijn nog steeds grotendeels onbekend. Voortgang in onderzoek — door opgravingen, innovatieve methoden en interdisciplinaire samenwerking — kan in de toekomst nieuwe aanwijzingen opleveren.


