Het dansende meisje dat in Mohenjo-daro werd gevonden, is een artefact dat zo'n 4500 jaar oud is. Het 10,8 cm lange bronzen beeldje van het dansende meisje werd in 1926 gevonden in een huis in Mohenjo-daro. Zij was het favoriete beeldje van de Britse archeoloog Mortimer Wheeler, zoals hij zei in dit citaat uit een televisieprogramma uit 1973:
"Daar is ze... pruillipjes en een brutale blik in de ogen. Ze is een jaar of vijftien, denk ik, niet ouder, maar ze staat daar met armbanden om haar arm en verder niets aan. Een meisje dat zichzelf en de wereld perfect vertrouwt, op dit moment. Er is niets zoals zij, denk ik, in de wereld".
John Marshall, een van de opgravers van Mohenjo-daro, beschreef haar als een levendige impressie van het jonge ... meisje, haar hand op haar heup in een half onbeschaamde houding, en de benen iets naar voren terwijl ze met haar benen en voeten de maat slaat op de muziek.
Een zittend mannelijk beeld is de zogenaamde "Priester-koning" (hoewel er geen bewijs is dat priesters of koningen de stad regeerden). Archeologen ontdekten het beeldhouwwerk in de benedenstad van Mohenjo-daro in 1927. Het werd gevonden in een ongebruikelijk huis met siermetselwerk en een nis in de muur en lag tussen bakstenen funderingsmuren die ooit een vloer omhoog hielden.
Dit bebaarde beeld draagt een hoofdband, een armband en een mantel versierd met klaverbladmotieven die oorspronkelijk met rood pigment waren gevuld.