Phoebe is een maan die rond de planeet Saturnus draait. Phoebe doet er achttien maanden over om helemaal rond Saturnus te draaien. Hij bestaat voor de helft uit steen en voor de helft uit ijs. De grond op Phoebe is zwart, wat betekent dat het vanaf de aarde gezien erg donker is. Phoebe heeft geen lucht, en er is geen water op zijn oppervlak. Phoebe behoort tot de onregelmatige, zogenaamde retrograde manen van Saturnus: hij draait in ongeveer tegengestelde richting ten opzichte van de grootste manen en heeft een sterk gekantelde, elliptische baan. Dit onderscheidt hem van de grote, regelmatige manen die in vrijwel vlakke banen rond de evenaar van Saturnus cirkelen.
Ontdekking en naam
Phoebe werd ontdekt aan het eind van de 19e eeuw en kreeg zijn naam uit de Griekse mythologie (Phoebe is een Titanide). De maan is genoemd naar de figuur uit de klassieke traditie, zoals gebruikelijk bij veel manen van grote planeten.
Baan en rotatie
Phoebe draait op grote afstand van Saturnus: de gemiddelde afstand (semimajor axis) bedraagt ongeveer 12,95 miljoen kilometer, en de omlooptijd is ongeveer 550 dagen (ongeveer achttien maanden). De baan heeft een aanzienlijke excentriciteit en een hoge inclinatie, wat samen met de retrograde beweging sterk wijst op een gevangen object uit de buitenste delen van het zonnestelsel. In tegenstelling tot veel grote manen is Phoebe niet getijdegesynchroniseerd met Saturnus: zijn rotatieperiode (de tijd tussen twee zonsopgangen) is kort — slechts ongeveer 9 uur en 16,5 minuten — waardoor hij relatief snel om zijn as draait.
Oppervlak, samenstelling en fysische eigenschappen
Phoebe is onregelmatig van vorm en heeft een gemiddelde diameter van circa 213 km. De maan is donker van kleur (lage albedo, ongeveer 0,06) vanwege donker, koolstofrijk materiaal op het oppervlak. Analyse door ruimtevaartuigen wijst op een mengsel van steen en ijs met een gemiddelde dichtheid van ongeveer 1,6 g/cm³, wat overeenkomt met een gemengde samenstelling. Het oppervlak is sterk ingeslagen: er zijn veel en vaak grote kraters, ontstaan door botsingen met asteroïden en kometen. De slijtage en de uiteenlopende kleurschakeringen geven aanwijzingen voor uiteenlopende materiaalexposities en inslaggeschiedenis.
Cassini-bezoek en belang
De NASA/ESA-missie Cassini voerde in juni 2004 een dichtbijvoorbijvlucht van Phoebe uit en bracht informatie over vorm, samenstelling en oppervlak. Die waarnemingen ondersteunden de hypothese dat Phoebe mogelijk een gevangen object is uit de buitenste regionen van het zonnestelsel (verwant aan Kuipergordelobjecten of centauren). Cassini toonde ook aan dat er organisch-achtige, donkere materialen aanwezig zijn en bevestigde de onregelmatige vorm en de vele inslagkraters.
Relatie met andere systemen rond Saturnus
Phoebe speelt een rol bij de verspreiding van donker materiaal in het Saturnussysteem. In 2009 werd een extreem diffuse, brede ring ontdekt die samenhangt met Phoebe (de zogenaamde Phoebe-ring). Deeltjes en stof afkomstig van inslagen op Phoebe kunnen langzaam in het binnenste systeem migreren en bijvoorbeeld bijdragen aan de opvallend donkere helft van de maan Iapetus.
- Diameter: ~213 km
- Gemiddelde afstand tot Saturnus: ~12,95 miljoen km
- Omlooptijd: ~550 dagen (≈18 maanden)
- Rotatieperiode: ~9 uur 16,5 minuut
- Samenstelling: mengsel van steen en ijs; lage albedo (zeer donker)
- Dichtheid: ~1,6 g/cm³
Phoebe blijft wetenschappelijk interessant omdat hij informatie levert over de vroegste tijden van het zonnestelsel en omdat zijn oorsprong en materiaal bijdragen aan het begrijpen van de dynamica en evolutie van systemen rond reuzenplaneten zoals Saturnus.

