De term babyboomer verwijst doorgaans naar mensen die geboren zijn tijdens de geboortegolf na de Tweede Wereldoorlog, grofweg tussen 1946 en 1964. Dit tijdvak wordt vaak gebruikt door demografen en nationale statistische bureaus, maar exacte grenzen verschillen per land en bron. In veel bronnen valt de piek van de geboortegolf in de late jaren 1940 en de vroege tot midden jaren 1960; daarna begon het geboortecijfer in veel westerse landen te dalen.
Nationaal kunnen definities afwijken. Zo geven verschillende bronnen in Canada iets uiteenlopende grenzen (sommige bronnen noemen 1946–1964, andere 1946–1965), terwijl in Australië vaak de periode 1946–1961 wordt genoemd. Deze variatie weerspiegelt verschillen in demografische trends, herstel na de oorlog en hoe elk land de cohortgrenzen kiest voor statistische en beleidsdoeleinden.
De geboortegolf ontstond door een combinatie van factoren: economische groei en grotere welvaart na de oorlog, de terugkeer van militairen en stabiliteit in huishoudens, verbeterde gezondheidszorg en lagere kindersterfte. Vanaf de jaren zestig en zeventig speelden veranderingen zoals grotere beschikbaarheid van anticonceptie, veranderende rollen voor vrouwen en veranderende sociale normen mee in de geleidelijke daling van het geboortecijfer.
In 1951 gebruikte Sylvia F. Porter, columniste bij de New York Post, voor het eerst de term babyboom om te verwijzen naar de plotselinge stijging van het aantal geboorten na de oorlog.
De omvangrijke babyboomercohort heeft langdurige gevolgen gehad en heeft dat nog steeds op gebieden als arbeidsmarkt, woningmarkt, pensioenstelsels, gezondheidszorg en politiek. Nu veel babyboomers met pensioen gaan of de pensioengerechtigde leeftijd bereiken, ontstaan er drukpunten rondom zorgvraag, financiering van sociale voorzieningen en de behoeften van een vergrijzende bevolking. Cultureel gezien hebben babyboomers ook een belangrijke rol gespeeld in sociale bewegingen, muziek- en mediatrends en consumentenpatronen in de tweede helft van de twintigste eeuw.
Samengevat: hoewel de term algemeen gebruikt wordt voor de naoorlogse geboortegolf (ongeveer 1946–1964), is het belangrijk bij gebruik van het woord babyboomer te letten op de context en op de nationale definities die per land kunnen verschillen.