De scheenmantelkikkers zijn negen soorten kikkers uit het geslacht Hemisus. Het is het enige geslacht in de familie Hemisotidae. Zij komen voor in tropisch en subtropisch Afrika ten zuiden van de Sahara.
De scheenneuskikkers zijn middelgrote kikkers, die een lengte van 8 centimeter bereiken. Ze hebben een rond lichaam, met korte poten. Hun kop is klein en smal, met een harde, omgekeerde neus.
De scheenneuskikkers zijn gravende kikkers. Ze leven het grootste deel van hun leven ondergronds. Het vrouwtje graaft ondergronds terwijl ze in amplexus is. Dan legt ze de eitjes in een ondergronds gat. Het mannetje vertrekt door de tunnel, en het vrouwtje blijft bij de eitjes. Als er genoeg regen is gevallen, graaft het vrouwtje met haar neus naar een waterbron. De kikkervisjes blijven daar tot de metamorfose. De dikkopjes kunnen enkele dagen uit het water blijven.
In tegenstelling tot de meeste gravende kikkers, graven de schepneuskikkers eerst met de kop. Andere kikkers graven eerst achteraan.
Sommige soorten worden als huisdier gehouden.