Een geslacht is een rang in de biologische classificatie (of taxonomie). Het staat boven de soorten, en onder de families. Een geslacht kan meer dan één soort omvatten. Wanneer biologen het over een geslacht hebben, bedoelen ze een of meer soorten dieren of planten die nauw aan elkaar verwant zijn.
Net als bij andere taxa verschilt het meervoud van andere Engelse woorden omdat het een Latijns woord is. 'Genus' is het enkelvoud, en 'genera' is de meervoudsvorm van het woord.
Wanneer de wetenschappelijke naam van een organisme wordt afgedrukt, is de naam altijd cursief gedrukt. Een soortnaam bestaat uit twee delen, met het geslacht eerst. Bijvoorbeeld, in "Felis silvestris" is Felis het geslacht. De naam van het geslacht begint altijd met een hoofdletter. In "Felis silvestris catus" is het derde woord de ondersoort, die niet vaak wordt gebruikt.
Naamgeving en schrijfwijze
Binomiale naamgeving: de wetenschappelijke soortnaam (de zogenaamde binominale naam) bestaat uit twee woorden: eerst de geslachtsnaam, daarna de soortaanduiding (epitheton). Beide woorden worden cursief geschreven; alleen de geslachtsnaam begint met een hoofdletter, het soortepithet met een kleine letter. Voorbeeld: Homo sapiens.
Afkorting: na een eerste volledige vermelding kan het geslacht worden afgekort tot de eerste letter gevolgd door een punt, bijvoorbeeld Escherichia coli → E. coli. Wanneer het geslacht alleen genoemd wordt, blijft het cursief en met hoofdletter: Rosa.
Trinomiale namen en ondersoorten: soms bestaat een naam uit drie delen (bijvoorbeeld bij ondersoorten): de eerste twee delen zijn geslacht en soort, het derde deel is de ondersoort of variëteit. In de tekst hierboven staat de string met het bestaande link ongewijzigd; in correcte wetenschappelijke schrijfwijze zou een ondersoort ook cursief geschreven worden: Felis silvestris catus.
Auteur en jaar: na de wetenschappelijke naam kan de naam van de auteur en het publicatiejaar worden gegeven (bijv. Panthera leo Linnaeus, 1758); deze gegevens worden niet cursief geschreven. Soms wordt de auteursnaam tussen haakjes geplaatst als de soort later naar een ander geslacht is verplaatst.
Subgeslachten en cultivars: subgenera worden tussen haakjes geplaatst, bijvoorbeeld Rosa (Hulthemia) persica. Cultivar- en varieteitnamen (bij planten) volgen andere schrijfregels en worden doorgaans niet cursief geschreven en staan vaak tussen aanhalingstekens.
Hoe geslachten afgebakend worden
- Monofyletisch principe: moderne systematiek streeft ernaar dat een geslacht alle afstammelingen van een gemeenschappelijke voorouder omvat (monofyletisch). Als een geslacht niet-monofyletisch blijkt, kunnen taxonomen het opsplitsen of samenvoegen.
- Kenmerken: afbakening gebeurt op basis van morfologische kenmerken, gedrag, ecologie en tegenwoordig vooral DNA-vergelijkingen (fylogenie).
- Revisies: genera kunnen worden herzien: soorten kunnen van geslacht veranderen, geslachten kunnen synoniem verklaard worden of juist gesplitst. Daardoor veranderen namen en indelingen in tijd.
- Monotypisch geslacht: sommige geslachten bevatten maar één soort (monotypisch). Dat gebeurt als die soort sterk afwijkt van andere verwanten.
Regels en codes
De precieze regels voor naamgeving worden geregeld door internationale codes, onder andere:
- International Code of Zoological Nomenclature (ICZN) voor dieren;
- International Code of Nomenclature for algae, fungi, and plants (ICN) voor planten, algen en schimmels;
- International Code of Nomenclature of Prokaryotes (ICNP) voor bacteriën en archaea.
Deze codes bepalen hoe nieuwe genera gevormd, vastgesteld en gepubliceerd moeten worden, en hoe prioriteit en synoniemen werken.
Praktische voorbeelden
- Homo — geslacht van de moderne mens en nauwe verwanten; voorbeeld: Homo sapiens.
- Felis — klein-katachtige; voorbeeld: Felis silvestris (en de huiskat vaak aangeduid als Felis silvestris catus).
- Rosa — rozen; veel soorten en cultuurvormen.
- Escherichia — bacterieel geslacht met onder meer Escherichia coli.
- Staphylococcus — bacterieel geslacht met soorten als Staphylococcus aureus.
Belangrijk om te onthouden
- Schrijfwijze: geslachtsnaam cursief en met hoofdletter; soortaanduiding cursief en met kleine letter.
- Meervoud: het Latijnse meervoud van genus is genera.
- Wijzigingen: geslachtsindelingen kunnen veranderen door nieuw onderzoek — controleer actuele bronnen bij twijfel.
Door deze regels en principes zorgt de biologische naamgeving voor eenduidigheid: onderzoekers wereldwijd kunnen precies aangeven over welke groep organismen ze het hebben, ondanks taalverschillen en lokale gebruiksnamen.

