Elementaire functies
Zij f(x):ℝ→ℝ een reële functie y=f(x) van een reëel-gewaardeerd argument x. (Dit betekent dat zowel de invoer als de uitvoer getallen zijn).
- Grafische betekenis: De functie f is een surjectie als elke horizontale lijn de grafiek van f in ten minste één punt snijdt.
- Analytische betekenis: De functie f is een surjectie als we voor elk reeel getal yo minstens één reeel getal xo kunnen vinden zo dat yo=f(xo).
Het vinden van een voorbeeld xo voor een gegeven yo is gelijkwaardig aan beide vragen:
- Heeft de vergelijking f(x)-yo=0 een oplossing? of
- Heeft de functie f(x)-yo een wortel?
In de wiskunde kunnen we alleen exacte (analytische) wortels vinden van veeltermen van de eerste, tweede (en derde) graad. Wortels van alle andere functies vinden we bij benadering (numeriek). Dit betekent dat een formeel bewijs van surjectiviteit zelden direct is. De besprekingen hieronder zijn dus informeel.
Voorbeeld: De lineaire functie van een schuine lijn is onto. Dat wil zeggen, y=ax+b waarbij a≠0 een surjectie is. (Het is ook een injectie en dus een bijectie).
Bewijs: Substitueer yo in de functie en los op voor x. Daar a≠0 krijgen we x= (yo-b)/a. Dit betekent dat xo=(yo-b)/a een voorbeeld is van yo. Dit bewijst dat de functie y=ax+b waarbij a≠0 een surjectie is. (Omdat er precies één voorbeeld is, is deze functie ook een injectie).
Praktisch voorbeeld: y= -2x+4. Wat is het voorbeeld van y=2? Oplossing: Hier is a= -2, d.w.z. a≠0 en de vraag is: Voor welke x is y=2? We substitueren y=2 in de functie. We krijgen x=1, d.w.z. y(1)=2. Het antwoord is dus: x=1 is het voorbeeld van y=2.
Voorbeeld: De kubische polynoom (van de derde graad) f(x)=x3-3x is een surjectie.
Bespreking: De kubische vergelijking x3-3x-yo=0 heeft reele coëfficiënten (a3=1, a2=0, a1=-3, a0=-yo). Elke zo'n kubische vergelijking heeft minstens één reele wortel. Daar het domein van de veelterm ℝ is, betekent dit dat er minstens één voorbeeld xo in het domein is. Dat wil zeggen, (x0)3-3x0-yo=0. De functie is dus een surjectie. (Deze functie is echter geen injectie. Bijvoorbeeld, yo=2 heeft 2 voorbeelden: x=-1 en x=2. In feite heeft elke y, -2≤y≤2 ten minste 2 voorbeelden).
Voorbeeld: De kwadratische functie f(x) = x2 is geen surjectie. Er is geen x zo dat x2 = -1. Het bereik van x² is [0,+∞) , dat is de verzameling van niet-negatieve getallen. (Ook deze functie is geen injectie).
Opmerking: Men kan van een niet-surjectieve functie een surjectieve maken door haar codomein te beperken tot elementen van haar bereik. Bijvoorbeeld, de nieuwe functie, fN(x):ℝ → [0,+∞) waar fN(x) = x2 is een surjectieve functie. (Dit is niet hetzelfde als de beperking van een functie die het domein beperkt!)
Voorbeeld: De exponentiële functie f(x) = 10x is geen surjectie. Het bereik van 10x is (0,+∞), dat is de verzameling van positieve getallen. (Deze functie is een injectie.)
|  Surjectie. f(x):ℝ→ℝ (en injectie) |  Surjectie. f(x):ℝ→ℝ (geen injectie) |  Geen surjectie. f(x):ℝ→ℝ (noch een injectie) |
|  Geen surjectie. f(x):ℝ→ℝ (maar is een injectie) |  Surjectie. f(x):(0,+∞)→ℝ (en injectie) |  Surjectie. z:ℝ²→ℝ, z=y. (In het plaatje is te zien dat het voorbeeld van z=2 de lijn y=2 is). |
Andere voorbeelden met functies van reële waarde
Voorbeeld: De logaritmische functie basis 10 f(x):(0,+∞)→ℝ gedefinieerd door f(x)=log(x) of y=log10(x) is een surjectie (en een injectie). (Dit is de inverse functie van 10x.)
- De projectie van een cartesisch product A × B op een van zijn factoren is een surjectie.
Voorbeeld: De functie f((x,y)):ℝ²→ℝ gedefinieerd door z=y is een surjectie. De grafiek is een vlak in de driedimensionale ruimte. Het voorbeeld van zo is de rechte y=zo in het x0y-vlak.
- In 3D-spellen wordt de 3-dimensionale ruimte geprojecteerd op een 2-dimensionaal scherm met een surjectie.