Logaritmen of logs maken deel uit van de wiskunde. Ze zijn verwant aan exponentiële functies. Een logaritme vertelt welke exponent (of macht) nodig is om een bepaald getal te maken, dus logaritmen zijn het omgekeerde (tegenovergestelde) van exponentia. Historisch gezien waren ze nuttig bij het vermenigvuldigen of delen van grote getallen.

Een voorbeeld van een logaritme is {\displaystyle \log _{2}(8)=3\ }. In deze logaritme is de basis 2, het argument is 8 en het antwoord is 3. In dit geval zou de exponentiatiefunctie zijn:

{\displaystyle 2^{3}=2\times 2\times 2=8\,}

De meest voorkomende soorten logaritmen zijn gewone logaritmen, waarbij het grondtal 10 is, binaire logaritmen, waarbij het grondtal 2 is, en natuurlijke logaritmen, waarbij het grondtal e ≈ 2,71828 is.