Tracheïden zijn lange cellen in het xyleem van vasculaire planten. Zij transporteren water en minerale zouten. Tracheiden zijn een van de twee soorten elementen in het xyleem; de andere zijn de vaatelementen. Tracheïden hebben geen perforatieplaatjes; vaatelementen hebben dat wel. Deze kenmerken vaatplanten, in tegenstelling tot niet-vaatplanten.
Alle tracheeën krijgen een dikke, gelignificeerde celwand. Wanneer de plant volgroeid is, is de protoplast afgebroken en verdwenen. Tracheïden hebben twee functies. Ze transporteren materiaal en zorgen voor structurele ondersteuning.
De secundaire wanden hebben verdikkingen in verschillende vormen: ringen, spiralen, netwerken of als uitgebreide verdikkingen, behalve waar er putjes zijn. Tracheiden zorgen voor de meeste structurele steun in zachthout, waar zij het belangrijkste celtype zijn.
Omdat tracheiden een veel grotere oppervlakte-volumeverhouding hebben dan vaatelementen, houden zij water tegen de zwaartekracht in vast (door adhesie) wanneer er geen transpiratie plaatsvindt. Dit mechanisme helpt planten luchtembolieën te voorkomen.
De term "tracheide" werd in 1863 geïntroduceerd door Carl Sanio, oorspronkelijk als Tracheide, in het Duits.
.png)
