Benzodiazepinen zijn organische chemische stoffen, opgebouwd uit twee koolstofringen. Bepaalde benzodiazepinen kunnen worden gebruikt als geneesmiddelen die het effect van de neurotransmitter GABA verhogen. De resulterende drug heeft kalmerende effecten. Afhankelijk van het middel kan het effect sterker of zwakker zijn. Het eerste benzodiazepine, chlordiazepoxide (Librium), werd in 1955 bij toeval ontdekt door Leo Sternbach, en in 1960 beschikbaar gesteld door het geneesmiddelenbedrijf Hoffmann-La Roche.
Over het algemeen is het gebruik van benzodiazepinen veilig en effectief op korte termijn. Gebruik op langere termijn is omstreden: op lange termijn kan het middel minder effectief worden en kunnen er afhankelijkheidsproblemen ontstaan.
Benzodiazepinen zijn mogelijk niet veilig tijdens de zwangerschap. Het zijn geen teratogenen, die geboorteafwijkingen veroorzaken, maar ze kunnen bij een klein aantal baby's een gespleten gehemelte veroorzaken. Benzodiazepinen kunnen in overdosis worden ingenomen en kunnen gevaarlijke diepe bewusteloosheid veroorzaken. Ze zijn echter veel minder giftig dan de drugs die ze vervangen, de barbituraten. De dood komt zelden voor wanneer een benzodiazepine het enige middel is dat wordt ingenomen. In combinatie met andere middelen die het centrale zenuwstelsel onderdrukken, zoals alcohol en opiaten, neemt de kans op vergiftiging toe. Benzodiazepinen worden vaak misbruikt en ingenomen in combinatie met andere misbruikte drugs.


