De presidentsverkiezing van 1988 vond plaats op 8 november 1988 en ging tussen vice-president George H.W. Bush (Republikein) en gouverneur van Massachusetts Michael Dukakis (Democratisch). Bush was de gekozen opvolger van het reaganisme: hij profiteerde van een sterke economie, een relatief stabiel internationaal klimaat en de populariteit van president Ronald Reagan. Zijn campagne voerde een agressieve en vaak negatieve strategie tegen Dukakis, met nadruk op thema's als misdaad en nationale veiligheid. Een van de bekendste controversiële tactieken was de inzet van harde spot- en televisieadvertenties die Dukakis als "soft on crime" afschilderden (bekendste voorbeeld: de zogenaamde "Willie Horton"-advertentie). Dukakis’ campagne leed daarnaast onder strategische fouten, onder meer onvoldoende reactie op aanvallen, ongelukkige media-optredens (zoals de beruchte foto met een tanksimulatie) en een minder effectieve nationale campagneorganisatie.

Campagne en debatten

Bush presenteerde zich als een ervaren staatsman en continuïteitskandidaat ten opzichte van het Reaganbeleid; tijdens de Republikeinse conventie formuleerde hij de bekende belofte "read my lips: no new taxes". Dukakis probeerde te profileren als een efficiënte en pragmatische bestuurder, maar slaagde er niet in die boodschap landelijk overtuigend over te brengen. In de vice-presidentsdebatten maakte Lloyd Bentsen een opvallende indruk met zijn beruchte repliek tegen Republikeins kandidaat Dan Quayle: "Senator, you are no Jack Kennedy", een zin die veel media-aandacht kreeg en de campagne van Quayle en Bush deels belastte maar onvoldoende was om het electorale momentum te keren.

Uitslag

Vice-president GeorgeH.W. Bush won de presidentsverkiezingen met 426 kiesmannen. Gouverneur van Massachusetts Michael Dukakis kreeg 111 kiesmannen. Lloyd Bentsen ontving één kiesman voor het presidentschap doordat een trouweloze elector in uit West Virginia zijn presidentsstem op Bentsen uitbracht; daardoor tellen de kiesmannen op tot 538 in totaal.

Op de volksstemming behaalde Bush een duidelijke meerderheid. Zijn aandeel van de populaire stem lag rond de 53% en dat van Dukakis rond de 46% (verschillende bronnen geven licht afwijkende afrondingen). Met 426 kiesmannen behaalde Bush een ruime meerderheid in het kiescollege; sinds die verkiezing heeft geen latere winnaar zoveel kiesmannen behaald.

Geografische verdeling en betekenis

Bush won vooral in het zuiden, het midwesten en grote delen van het westen, terwijl Dukakis zijn steun vooral concentreerde in New England en enkele overige noordelijke en kuststaten. De verkiezing bevestigde de electorale kracht van de Republikeinen eind jaren tachtig en markeerde een periode van politieke continuïteit na acht jaar Reagan. Tegelijk toonde het succes van negatieve campagnes en media-aanvallen aan hoe belangrijk beeldvorming en reclame waren geworden in moderne verkiezingen.

Nagevolgen

De overwinning van Bush leidde tot het aantreden van een nieuwe president die de laatste jaren van de Koude Oorlog zou meemaken en later, in 1992, tegenover Bill Clinton zou komen te staan. De campagnes en de uitkomst van 1988 worden vaak aangehaald in discussies over campagnevoering, media-invloed en het kiescollege in de Verenigde Staten.