Franz Lehár — Oostenrijks operettecomponist 1870–1948, populair in lichte muziek
Ontdek Franz Lehár (1870–1948): invloedrijke Oostenrijkse operettecomponist van tijdloze melodieën en geliefde lichte muziek. Leven, successen en bekendste werken.
Franz Lehár (geboren 30 april 1870; overleden 24 oktober 1948) was een Oostenrijks componist van Hongaarse afkomst. Hij was de belangrijkste componist van operettes in de 20e eeuw. Hij is nog steeds een van de populairste componisten van lichte muziek.
Leven en loopbaan
Lehár werd geboren in het grensgebied van het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en bracht een groot deel van zijn leven in Oostenrijk door. Hij begon zijn muzikale opleiding jong en werkte aanvankelijk als militair kapelmeester bij het keizerlijk-konzernleger, waar hij ervaring opdeed in orkestleiding en arrangeren. Later werd hij een van de toonaangevende figuren van het operettetheater in Wenen en andere Europese centra.
Muzikale stijl
Zijn muziek combineert de lyriek en dansvormen van de Weense traditie—waaronder walsen en marsen—with elementen uit de Hongaarse en populaire muziek. Lehár schreef melodieën die makkelijk in het gehoor liggen, maar tegelijk een zekere dramatische draagwijdte hebben; dat maakte zijn werken zowel geliefd op het podium als populair bij een breed publiek. Hij werkte vaak samen met bekende librettisten en tenor-solisten van zijn tijd.
Belangrijke werken
Enkele van Lehárs bekendste operettes en composities zijn:
- Die lustige Witwe (The Merry Widow) — zijn grootste succes, dat hem internationale roem gaf.
- Der Graf von Luxemburg (The Count of Luxembourg)
- Eva
- Paganini
- Das Land des Lächelns — bevat het zeer populaire aria “Dein ist mein ganzes Herz”.
- Giuditta — een van zijn latere en meer operagerichte werken.
Nalatenschap
Lehárs melodieën bleven populair na zijn dood; veel aria’s en instrumentale stukken werden bewerkt voor concerten, grammofoonplaten, radio en film. Zijn werken vormen nog steeds een vast onderdeel van het repertoire van operettetheaters en lichte muziekfestivals. In Bad Ischl, waar hij lange tijd verbleef, herinneren musea en gedenkplaatsen aan zijn leven en werk.
Invloed
Franz Lehár wordt gezien als de verbindende schakel tussen de 19e-eeuwse operettetraditie en de moderne lichte muziek van de 20e eeuw. Zijn vermogen om toegankelijke, emotionele melodieën te schrijven maakte hem populair bij zowel het theaterpubliek als bij professionele musici, en zijn stukken worden wereldwijd nog regelmatig uitgevoerd.
Met zijn mix van romantiek, humor en melodieuze kracht heeft Lehár een blijvende plaats verworven in de geschiedenis van de lichte muziek en het muziektheater.
Zijn leven
Lehár werd geboren in Komáron in het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. De stad heet tegenwoordig Komárno en ligt in Slowakije. Hij was de oudste zoon van een kapelmeester in het Oostenrijks-Hongaarse leger. Hij studeerde viool en compositie aan het conservatorium van Praag. Antonín Dvořák vertelde hem dat hij componist moest worden. Na zijn afstuderen in 1899 trad hij toe tot de band van zijn vader in Wenen, als assistent-bandmeester. In 1902 werd hij dirigent van het historische Weense Theater an der Wien, waar in november van dat jaar zijn eerste opera Wiener Frauen werd opgevoerd.
Hij is het meest bekend om zijn operettes. De bekendste is De vrolijke weduwe (in het Duits: Die lustige Witwe), die waarschijnlijk de populairste van alle operettes is. Hij schreef ook sonates, symfonische gedichten, marsen en een aantal walsen, waarvan sommige uit zijn beroemde operettes komen. Sommige liederen uit zijn operettes zijn zeer bekend geworden, vooral "Vilja" uit De vrolijke weduwe en "You Are My Heart's Delight" ("Dein ist mein ganzes Herz") uit Het land van de glimlach.
De tenor Richard Tauber zong in veel van zijn operettes. Zes daarvan waren speciaal voor hem geschreven.
Lehár stierf in 1948 in Bad Ischl, bij Salzburg, waar hij ook werd begraven. Zijn villa in Bad Ischl is nu een museum ter nagedachtenis aan hem.
Zoek in de encyclopedie