Gregor Johann Mendel (Heinzendorf, Oostenrijk, 20 juli 1822 - Brünn, Oostenrijk-Hongarije, 6 januari 1884) was een Oostenrijkse monnik en botanicus.

Hij legde de grondslag van de genetica door zijn werk met het kruisen van erwtenplanten. Hij ontdekte dominante en recessieve eigenschappen (genen) door de kruisingen die hij uitvoerde op de planten in zijn kas. Wat hij leerde staat vandaag bekend als Mendeliaanse overerving.

Zijn werk werd aanvankelijk niet gewaardeerd, maar werd in 1900 'herontdekt' door Carl Correns en Hugo de Vries. De status van Erich von Tschermak als derde herontdekker is nu minder overtuigend.