Overzicht

Slangsterren, ook vaak breeksterren genoemd, vormen een grote groep van stekelhuidigen. Ze worden ingedeeld bij de klasse Ophiuroidea en behoren tot de stam Echinodermata. Op het eerste gezicht lijken ze sterk op zeesterren, maar belangrijke anatomische en levenscyclusverschillen maken ze tot een aparte groep ten opzichte van zeesterren. Wereldwijd bestaan er duizenden soorten, variërend van kleine bodembewoners tot grote korfsterren met vertakte armen.

Anatomie en kenmerken

De bouw van een slangster is typisch: een centrale, schijfvormige romp met duidelijk afgezette, vaak slanke en beweeglijke armen. De armen zijn flexibel en meestal vijf, maar bij sommige groepen vertakt of talrijk. Slangsterren hebben een intern skelet van kalkplaatjes (ossikels) en vertonen radiale symmetrie, typisch voor stekelhuidigen. In tegenstelling tot veel zeesterren is de beweeglijkheid geconcentreerd in de armen; de slingerende beweging van armen wordt gebruikt voor voortbeweging en het grijpen van voedsel. Sommige soorten kunnen armen tot aanzienlijke lengtes krijgen—bij bepaalde grote soorten kan een arm extreem lang worden, tot wel ongeveer 60 cm.

Levenswijze en voeding

Slangsterren bezetten uiteenlopende ecologische niches. Veel soorten zijn nachtdieren en verbergen zich overdag onder stenen of in spleten. Voedingsstrategieën variëren: veel soorten functioneren als detrivoren, die afgevallen organisch materiaal verwerken, of als aaseters die restanten en kadavers consumeren. Andere soorten filteren voedseldeeltjes uit het water met behulp van getande of behaarde armen, en bij sommige korfsterren zijn de armen gespecialiseerd voor het vangen van plankton en kleine organismen.

Verspreiding en habitat

Slangsterren komen voor van ondiepe kustwateren en riffen tot de diepzee. Hoewel veel soorten in rifgemeenschappen leven, zijn er ook soorten die grote dieptes hebben gekoloniseerd; sommige soorten zijn beschreven van abyssale zones. Hun habitats variëren van zanderige bodems en kelpwouden tot rotsige bodem en koraalriffen, waar ze vaak tussen koralen en sponzen schuilen.

Taxonomie, ontwikkeling en evolutie

De groep is verdeeld in meerdere orden en families; twee herkenbare lijnen zijn de typische broze sterren (soms aangeduid als Ophiurida) en de vertakte korfsterren (Euryalida). Slangsterren hebben een larvale fase die verschilt van die van zeesterren; de larven worden vaak aangeduid als ophiopluteus en verschillen in bouw en ontwikkeling van de bipinnaria- of brachiolaria-larven van andere stekelhuidigen. Fossiele resten tonen aan dat deze groep al lang bestaat en zich aan diverse mariene omstandigheden heeft aangepast.

Ecologische rol en bijzondere feiten

  • Ze dragen bij aan het recyclen van organisch materiaal en beïnvloeden bodemsediment door hun graaf- en voedergedrag.
  • Slangsterren zijn voedsel voor vissen en andere ongewervelden en spelen zo een rol in mariene voedselwebben.
  • Veel soorten kunnen ledematen regenereren na beschadiging; dit is een bekend verdedigingsmechanisme.
  • Sommige korfsterren vertonen intrigerend nachtelijk uitspreidgedrag: ze strekken hun armen uit als een net om voedseldeeltjes te vangen.

Voor verdere verdieping in anatomie, larvale ontwikkeling, en soortenoverzichten zijn er overzichtsbronnen en gespecialiseerde artikelen beschikbaar, bijvoorbeeld over de klasse Ophiuroidea, over larvale stadia zoals het ophiopluteus, en over de algemene groep van steekelhuidigen. Vergelijkingen met zeesterren maken duidelijk welke morfologische en ecologische verschillen bestaan. Zie ook bronnen die dieptebereiken en opmerkelijke soorten beschrijven, inclusief exemplaren met extreem lange armen (grote soorten), en studies over voedingstypen zoals aaseters en detrivoren.