Karel X (1757-1836) was koning van Frankrijk en Navarra van 1824 tot 1830. Hij was de kleinzoon van Lodewijk XV en de jongere broer van de koningen Lodewijk XVI en Lodewijk XVIII. Voordat hij koning werd stond hij bekend als Charles Philippe, comte d'Artois. Tijdens de Franse Revolutie behoorde hij tot de leidende figuren van de emigranten en na 1830 was hij de laatste heerser van de oudere (senior) tak van het huis Bourbon over Frankrijk.

Vroege leven en familie

Karel-Philippe werd geboren binnen de Franse koninklijke familie en kreeg als jongere broer van Lodewijk XVI een opvallende positie aan het hof. In 1773 trad hij in het huwelijk met Maria Theresia van Savoye (Marie-Thérèse), met wie hij meerdere kinderen kreeg, onder wie Louis-Antoine (de latere hertog van Angoulême) en Charles-Ferdinand, hertog van Berry. Zijn omgang met politiek en hofleven werd gekenmerkt door zijn behoudende, katholieke en legitimistische opvattingen.

Emigratie en tegenrevolutionaire activiteiten

Tijdens de Franse Revolutie vluchtte Karel naar het buitenland en sloot zich aan bij de koninklijke emigranten. Als leider van de contrarevolutionaire bewegingën ondersteunde hij militaire expedities en legers van émigrés die samen met coalitielegers probeerden de ancien régime te herstellen. Hij werkte samen met andere Bourbon-royalty en met bondgenoten in Europa, maar deze pogingen hadden op langere termijn geen blijvend succes.

Terugkeer en de Restauratie

Na de val van Napoleon keerde het huis Bourbon terug op de troon. Karel's broer werd koning als Lodewijk XVIII; na diens dood in 1824 bestegen Karel zelf de troon. Zijn regering werd al snel gekenmerkt door een sterke neiging naar herstel van traditionele instellingen: macht naar de kroon en de katholieke kerk, en het herstellen van compensaties voor émigrés die tijdens de revolutie hun goederen hadden verloren.

Regeringsbeleid 1824–1830

  • Conservatieve koers: Karel X steunde de ultraroyalistische facties die terugkeer van voor-revolutionaire privileges en een sterke rol van de Kerk nastreefden.
  • Indemniteit en kerkelijke positie: Zijn regering voerde maatregelen in waarvan de vergoeding van émigrés en versterking van de positie van de katholieke kerk de bekendste waren. Deze stappen leidden tot wijdverbreide onvrede bij liberalen en middenklassegroepen.
  • Wetten van 1825: Onder zijn bewind kwamen wetten tot stand zoals de zogeheten anti-sacrilegiewet en een regeling om émigrés te vergoeden; beide werden door velen als reactionair ervaren.
  • Censuur en verkiezingsregels: Karel steunde beperkingen op de persvrijheid en kiezersrechten om het politieke evenwicht in het voordeel van de royalisten te verschuiven.

De Juli-revolutie en abdicatie

De steeds autoritairder wordende maatregelen culmineerden in de beruchte Ordonnances van 25 juli 1830 (de zogenaamde July Ordinances), waarmee de persvrijheid sterk werd beperkt, de Kamer van Afgevaardigden werd ontbonden en het kiesrecht verder werd ingeperkt. Deze ordonnanties veroorzaakten directe opstanden in Parijs (de "Drie Glorieuse" van 27–29 juli 1830). Het geweld en de politieke crisis maakten verder regeren onmogelijk. Op 2 augustus 1830 deed Karel afstand van de troon ten gunste van zijn kleinzoon Henri, comte de Chambord (de latere legitimistische pretendent), maar de machtswisseling kon niet voorkomen dat de troon werd overgenomen door Louis-Philippe van het huis Orléans, die als "Koning der Fransen" een meer constitutionele monarchie vestigde.

Exile en dood

Na zijn abdicatie ging Karel in ballingschap. Hij verbleef enige tijd in het Verenigd Koninkrijk (onder meer in Schotland) en vervolgens op het Europese vasteland. Karel stierf in ballingschap in 1836. Zijn overlijden markeerde het definitieve einde van zijn directe vorstelijke ambities; zijn kleinzoon Henri bleef door legitimisten als erfgenaam van het bourbonschap gezien worden, maar slaagde er niet in het koningschap te herwinnen.

Nalatenschap

Karel X wordt in de geschiedenis vaak gezien als de symboolfiguur van een restauratiepolitiek die te weinig rekening hield met de maatschappelijke veranderingen sinds de revolutie. Zijn bewind en vooral de Juli-ordonnanties van 1830 worden gezien als directe oorzaak van de Juli-revolutie, waarna Frankrijk overging op een meer liberale, burgerlijk-gematigde monarchie onder de Orléans-dynastie. Voor aanhangers van het legitimisme bleef Karel X een laatste representant van de oudere Bourbonlijn.