Hoofse liefde is een speciale opvatting van liefde die de mensen in Europa in de Middeleeuwen hadden. Het woord "hof" betekent de hoven waar prinsen of hertogen woonden. Hoofse liefde is meestal wanneer een jongeman, die een boer of zelfs een eenvoudige koning kan zijn, verliefd wordt op een rijke dame en probeert zich haar waardig te maken door dappere dingen te doen of door mooie liefdesliederen te zingen.

Het idee van hoofse liefde is in veel literatuur terug te vinden, b.v. in werken van Geoffrey Chaucer, Dante, Gottfried von Strassburg, Walther von der Vogelweide, Wolfram von Eschenbach, Malory en William Shakespeare.