Een ecozone of biogeografisch rijk is de grootste biogeografische indeling van het aardoppervlak.

Deze indelingen zijn gebaseerd op de historische en evolutionaire verspreiding van planten en dieren. Ecozones vertegenwoordigen grote delen van het aardoppervlak waar planten en dieren zich gedurende lange tijd in relatieve isolatie hebben ontwikkeld, en die van elkaar zijn gescheiden door geologische kenmerken, zoals oceanen, brede woestijnen of hoge bergketens, die barrières vormden voor de migratie van planten en dieren. Ecozones komen overeen met de floristische koninkrijken van de plantkunde of de zoögeografische regio's van de zoölogie.

Ecozones worden gekenmerkt door de evolutionaire geschiedenis van de planten en dieren die erin voorkomen. Als zodanig verschillen ze van biomen, ook bekend als belangrijke habitattypes, die een indeling van het aardoppervlak vormen op basis van de levensvorm, of de aanpassing van planten en dieren aan klimaat-, bodem- en andere omstandigheden. Biomen worden gekenmerkt door een vergelijkbare climaxvegetatie, ongeacht de evolutionaire afstamming van de specifieke planten en dieren. Elke ecozone kan een aantal verschillende biomen omvatten. Een tropisch bos in Midden-Amerika bijvoorbeeld kan qua vegetatietype lijken op een bos in Nieuw-Guinea, maar deze bossen worden bewoond door planten en dieren met een heel andere evolutionaire geschiedenis.

De verspreidingspatronen van planten en dieren in de ecozones van de wereld zijn gevormd door het proces van platentektoniek, dat de landmassa's van de wereld in de loop van de geologische geschiedenis opnieuw heeft verdeeld.

De term ecozone, zoals hier gebruikt, is een vrij recente ontwikkeling, en andere termen, waaronder koninkrijk, rijk en regio, worden door andere autoriteiten gebruikt met dezelfde betekenis. J. Schultz gebruikt de term "ecozone" voor zijn classificatiesysteem van biomen.