In de natuurkunde is een kracht een duw of trekkracht tussen voorwerpen. Het wordt een wisselwerking genoemd, want als een voorwerp op een ander voorwerp inwerkt, wordt zijn actie beantwoord door een reactie van het andere voorwerp. Dit idee staat bekend als de derde wet van Newton, waarbij actie en reactie "gelijk en tegengesteld" zijn. De voorwerpen zijn slechts de dingen waartussen de kracht werkt. Verschillende krachten werken tussen verschillende soorten voorwerpen. Zo werkt de zwaartekracht tussen voorwerpen met massa, zoals de zon en de aarde. Een ander voorbeeld is de elektromagnetische kracht, die werkt tussen voorwerpen met lading, zoals een elektron en de kern van een atoom. De zwaartekracht en de elektromagnetische kracht zijn twee voorbeelden van krachten.
Een kracht verandert de toestand van een voorwerp (een of andere fysische grootheid verandert) of, strikt genomen, de toestand van twee voorwerpen, aangezien de kracht een interactie is. Een kracht zorgt er bijvoorbeeld voor dat een getroffen voorwerp in een bepaalde richting wordt geduwd of getrokken. Hierdoor verandert het momentum van het voorwerp. Krachten versnellen voorwerpen, verhogen de totale druk van het voorwerp, veranderen van richting of veranderen van vorm. De sterkte van een kracht wordt gemeten in Newton (N). Er zijn vier fundamentele krachten in de natuurkunde.
Een kracht is altijd een duw, trek of draai, en beïnvloedt voorwerpen door ze omhoog te duwen, omlaag te trekken, opzij te duwen, of door hun beweging of vorm op een andere manier te veranderen.