De Anatolische hypothese van de Proto-Indo-Europese oorsprong houdt in dat de sprekers van de Proto-Indo-Europese taal tijdens het Neolithicum in Anatolië woonden. Toen de neolithische revolutie plaatsvond in het zevende en zesde millennium voor Christus, verspreidden de sprekers zich over Europa. De voorstanders van deze hypothese denken dat de Indo-Europese talen in Anatolië zijn ontstaan. Zij menen dat de Proto-Indo-Europeanen vervolgens naar het noorden migreerden, naar de plaats ten noorden van het Kaukasusgebergte. Er is nog een andere hypothese, die de Kurgan-hypothese wordt genoemd. De aanhangers daarvan zeggen dat de Indo-Europese talen uit de Kaukasus kwamen. Een van de bekendste voorstanders van de Anatolische hypothese is Colin Renfrew.