De grote parelvogel (Paradisaea apoda) is een parelvogel van het geslacht Paradisaea.

Carolus Linnaeus gaf de soort de naam Paradisaea apoda, of "paradijsvogel zonder poten". Blijkbaar werden de eerste handelsvellen die Europa bereikten, door inboorlingen zonder vleugels of poten klaargemaakt. Dit leidde tot de veronderstelling dat deze vogels prachtige bezoekers uit het paradijs waren, die door hun pluimen in de lucht werden gehouden en de aarde tot hun dood nooit aanraakten. Het relevante punt is dat ze werden gedood en verhandeld voor hun veren.