Apartheid was een racistisch politiek en sociaal systeem in Zuid-Afrika ten tijde van de blanke minderheid. Het dwong rassendiscriminatie af tegen niet-blanken, voornamelijk gericht op huidskleur en gelaatstrekken. Dit bestond in de twintigste eeuw, van 1948 tot begin jaren negentig. Het woord apartheid betekent "distantiëring" in het Afrikaans. In Zuidelijk Afrika bestond al eeuwenlang rassenscheiding. Bij de verkiezingen van 1948 kwam de Nationale Partij aan de macht en in de daaropvolgende jaren maakte zij nieuwe apartheidswetten. De nieuwe wetten dwongen de segregatie strikter af. In theorie moest het de Afrikaanse meerderheid onafhankelijkheid brengen in hun eigen landjes die uit Zuid-Afrikaans grondgebied zouden ontstaan.

Onder dit systeem werden de mensen in Zuid-Afrika verdeeld op basis van hun ras en werden de verschillende rassen gedwongen gescheiden van elkaar te leven. Er waren wetten om hen gescheiden te houden. Het apartheidssysteem in Zuid-Afrika werd afgeschaft in 1994, toen een nieuwe grondwet werd geratificeerd die het vroegere systeem van segregatie afschafte. De laatste president die tijdens het apartheidstijdperk in functie was, was Frederik Willem de Klerk; hij was verantwoordelijk voor het voeren van onderhandelingen met de politieke gevangene Nelson Mandela om een einde te maken aan de apartheid. Na deze succesvolle onderhandelingen werd Nelson Mandela na multiraciale verkiezingen in april 1994 verkozen tot president van Zuid-Afrika en werd hij de eerste zwarte die deze functie bekleedde. Hij was 75 jaar oud. Voor hun inspanningen kreeg het duo de Nobelprijs voor de Vrede. Tegenwoordig wordt de term apartheid soms gebruikt voor soortgelijke segregatiesystemen in andere landen.