Lamarckisme (ook wel Lamarckiaanse evolutie genoemd) is een hypothese over evolutie. Evolutie probeert te verklaren hoe soorten in de loop van de tijd veranderen. Vandaag de dag is de enige algemeen aanvaarde evolutietheorie die ontwikkeld is vanuit de ideeën van Charles Darwin.
Het Lamarckisme is ontwikkeld door Jean-Baptiste de Lamarck. Hij baseerde zijn ideeën tot op zekere hoogte op die van Erasmus Darwin, de grootvader van Charles Darwin. Het Lamarckisme zegt dat individuen niet alleen de dingen doorgeven die ze van hun ouders hebben gekregen, maar ook sommige dingen die ze tijdens hun leven hebben meegemaakt. Als voorbeeld noemde hij giraffen. Giraffen, die lange nekken hebben, moeten geëvolueerd zijn van voorouders met veel kortere nekken. Zijn idee was dat volwassenen hun nek moesten strekken om de bladeren van hoge takken te bereiken. Daarom dacht hij dat de kinderen langere nekken erfden. Dit idee wordt de erfenis van verworven eigenschappen genoemd.
Hoewel Darwin niet helemaal met deze ideeën brak, heeft zijn karakteristieke idee van natuurlijke selectie betrekking op de relatieve overleving en het succes van de individuen in de voortplanting. Beter aangepaste vormen laten gemiddeld meer nakomelingen achter. Dit verandert het aandeel van allelen in de populatie.
Gregor Mendel ontdekte enkele basisregels van erfelijkheid. Deze regels van Mendeliaanse erfenis zijn volledig in tegenspraak met de hypotheses van Lamarck, maar zijn in overeenstemming met natuurlijke selectie. Dit verklaart waarom Lamarck's ideeën niet langer worden beschouwd als een goede verklaring van de evolutie. Waar Lamarck en Darwin het wel over eens zijn, is dat de evolutie wel degelijk heeft plaatsgevonden.

