Posttraumatische stressstoornis (soms ook geschreven Posttraumatische stressstoornis, vaak afgekort tot PTSS) is een angststoornis. Het kan ontstaan wanneer mensen ernstig letsel oplopen, of iets zeer aangrijpends meemaken.

PTSS verschilt van traumatische stress, die minder intens en korter duurt, en van de gevechtsstressreactie, die soldaten in oorlogssituaties overkomt en meestal vanzelf weer overgaat. PTSS is in het verleden onder verschillende namen herkend, zoals shell shock, traumatische oorlogsneurose of posttraumatisch stresssyndroom (PTSS).

Doorheen de geschiedenis zijn er veel getuigenissen geweest van mensen die symptomen ervoeren van wat nu PTSS wordt genoemd. Eén zo'n verslag beschrijft Samuel Pepys, die getuige was van de Grote Brand van Londen in 1666. "Zes maanden na de gebeurtenis schreef hij in zijn dagboek dat hij 's nachts niet kon slapen, omdat een grote angst voor vuur hem in zijn greep had; op een nacht kon hij niet voor twee uur 's nachts in slaap vallen, vanwege die angst."