Spreken in het openbaar is het spreken voor een groep mensen op een georganiseerde manier: om informatie te geven, invloed uit te oefenen of te overtuigen, of om de toehoorders te vermaken.

Bij spreken in het openbaar zijn er vijf belangrijke vragen, die vaak worden uitgedrukt als "wie zegt wat tegen wie, met welk medium, met welk effect?"

De oude Grieken noemden spreken in het openbaar retorica; de Romeinen noemden het oratorium. Tot het einde van de 20e eeuw werd het ook wel forensisch spreken, of forensics genoemd. Propaganda is een andere benaming voor het spreken voor of tegen een bepaald standpunt. In de woorden van George Orwell is propaganda een weerspiegeling van vooroordelen en overtuigingen die de esthetische oordelen van mensen [of samenlevingen] kleuren. Vaak zijn het gewoon drogredenen of vermoedens.