Op 14-jarige leeftijd begon Pierre een protest van suikerrietarbeiders. Pierre kwam in de gevangenis terecht, maar het protest kreeg wel aandacht. Na het protest kregen de arbeiders beter gereedschap en meer geld.
Pierre werkte als directeur van de niet-gouvernementele organisatie Beweging voor Dominicaanse Vrouwen van Haïtiaanse Afkomst (MUDHA),. Het doel van de groep is een halt toe te roepen aan "antihaitianisme", of discriminatie van mensen uit Haïti in de Dominicaanse Republiek.
In 2005 stapte Pierre naar het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak van twee etnische Haïtiaanse kinderen die geen Dominicaanse geboorteakte hadden gekregen. De naam van de zaak was Yean en Bosico v. Dominicaanse Republiek. Het Hof droeg de Dominicaanse regering op geboorteakten aan de kinderen te verstrekken. Later zei het Dominicaanse Hooggerechtshof echter dat de Haïtiaanse arbeiders "op doorreis" waren, zodat hun kinderen geen staatsburgers konden zijn. "