De schaal van Beaufort is een schaal voor het meten van windsnelheden. Zij is eerder gebaseerd op waarnemingen dan op nauwkeurige metingen. Het is tegenwoordig het meest gebruikte systeem om windsnelheid te meten. De schaal werd in 1805 ontwikkeld door Francis Beaufort, een officier van de Royal Navy, en voor het eerst officieel gebruikt door de HMS Beagle.

Er zijn twaalf niveaus, plus 0 voor "geen wind". Van 1946 tot 1970, waren er ook beaufort niveaus 13 tot 17. Deze werden allemaal aangeduid als Hurricane. Omdat ze alleen in speciale gevallen werden gebruikt, zijn ze internationaal niet meer in gebruik. China en Taiwan gebruiken ze nog wel, omdat daar vaak tyfoons voorkomen.

Wat is de Beaufortschaal en waarvoor wordt hij gebruikt?

De Beaufortschaal is oorspronkelijk ontwikkeld als hulpmiddel voor zeelieden om de windkracht te beschrijven zonder instrumenten. Tegenwoordig wordt de schaal nog steeds veel gebruikt in weerberichten, kust- en scheepvaartinformatie en als een eenvoudige manier om de invloed van wind op zee en land te duiden. Moderne meetinstrumenten geven vaak windsnelheid in m/s, km/u of knopen, maar de Beaufortschaal blijft nuttig voor heldere, kwalitatieve beschrijvingen.

Beaufort-niveaus (0–12)

Hieronder staan de gangbare beschrijvingen per Beaufort-getal, met bij benadering de bijbehorende windsnelheden (in km/u, m/s en knopen), typische zeecondities (golven) en waargenomen effecten aan land.

  • Beaufort 0 – Windstil (Calm): < 1 km/u (≲ 0,3 m/s; < 1 knoop). Zee: spiegelglad. Effecten: rook stijgt recht omhoog; bomen en objecten stil.
  • Beaufort 1 – Zwakke lucht (Light air): 1–5 km/u (≈ 0,3–1,4 m/s; 1–3 knopen). Zee: kleine rimpels zonder witte koppen. Effecten: voelbare lichte rimpelingen tegen de huid.
  • Beaufort 2 – Zwakke bries (Light breeze): 6–11 km/u (≈ 1,7–3,1 m/s; 4–6 knopen). Zee: kleine golfjes, geen schuimtoppen. Effecten: wind voelbaar op het gezicht; bladeren bewegen.
  • Beaufort 3 – Matige bries (Gentle breeze): 12–19 km/u (≈ 3,3–5,3 m/s; 7–10 knopen). Zee: grotere rimpels, enkele schuimkoppen. Effecten: vlaggen strekken zich, kleine takken bewegen.
  • Beaufort 4 – Matige tot frisse bries (Moderate breeze): 20–28 km/u (≈ 5,6–7,8 m/s; 11–16 knopen). Zee: golven met duidelijke schuimkoppen. Effecten: takken en losse papiertjes bewegen; fietsen moeilijker.
  • Beaufort 5 – Vrij krachtige wind (Fresh breeze): 29–38 km/u (≈ 8,1–10,6 m/s; 17–21 knopen). Zee: langere golven, veel schuim. Effecten: grote takken bewegen; wandelen tegen de wind is lastig.
  • Beaufort 6 – Krachtige wind (Strong breeze): 39–49 km/u (≈ 10,8–13,6 m/s; 22–27 knopen). Zee: hoge golven met schuimstrepen. Effecten: zware takken in beweging; moeilijk om paraplu te gebruiken.
  • Beaufort 7 – Harde wind (Near gale): 50–61 km/u (≈ 13,9–17,0 m/s; 28–33 knopen). Zee: zeeoppervlak ruwer, brekende golven. Effecten: hele bomen bewegen; rijden lastig voor hoge voertuigen.
  • Beaufort 8 – Stormachtige wind (Gale): 62–74 km/u (≈ 17,2–20,6 m/s; 34–40 knopen). Zee: hoge golven, schuim en borstels van zee. Effecten: takken breken; schade aan daken mogelijk.
  • Beaufort 9 – Zware storm (Severe gale): 75–88 km/u (≈ 20,8–24,4 m/s; 41–47 knopen). Zee: zeer hoge golven, zicht verminderd door opspattend water. Effecten: aanzienlijke schade mogelijk; gevaarlijk om buiten te zijn.
  • Beaufort 10 – Storm (Storm): 89–102 km/u (≈ 24,7–28,3 m/s; 48–55 knopen). Zee: uitzonderlijk hoge golven, zware schuimvelden. Effecten: ernstige schade, omgevallen bomen en structurele schade mogelijk.
  • Beaufort 11 – Zeer zware storm (Violent storm): 103–117 km/u (≈ 28,6–32,5 m/s; 56–63 knopen). Zee: enorme golven, zware brekende toppen. Effecten: wijdverbreide schade en gevaarlijke omstandigheden.
  • Beaufort 12 – Orkaan (Hurricane force): ≥ 118 km/u (≥ 32,8 m/s; ≥ 64 knopen). Zee: uitzonderlijk hoge golven, grootschalige schuimvelden en opspattend water. Effecten: verwoestende schade aan gebouwen en infrastructuur; zeer gevaarlijk voor leven en scheepvaart.

Bij de zeecondities hierboven horen grove golflengtes en golfhoogten als indicatie: ongeveer 0 m (Bft 0), 0–0,1 m (Bft 1), 0,1–0,5 m (Bft 2), 0,5–1,25 m (Bft 3), 1,25–2,5 m (Bft 4), 2,5–4 m (Bft 5), 4–6 m (Bft 6), 6–9 m (Bft 7), 9–14 m (Bft 8), 14–20 m (Bft 9), 20–25 m (Bft 10), 25–32 m (Bft 11) en >32 m (Bft 12).

De gegeven golfhoogten gelden voor golven op de open oceaan, niet in de buurt van de kust.

Technische notities en gebruik

  • Er bestaat een eenvoudige empirische relatie tussen Beaufort-getal (B) en windsnelheid v in m/s: v ≈ 0,836 × B^(3/2). Dit is een benadering en wordt in de praktijk vaak vervangen door meetwaarden in m/s, km/u of knopen.
  • De schaal is vooral praktisch voor maritieme waarnemingen, scheepvaart, kustwachten en algemene weersamenvattingen. Voor gedetailleerde meteorologische analyses gebruikt men tegenwoordig instrumentele metingen en modeluitvoer.
  • Lokale omstandigheden (topografie, bebouwing, kustlijn) kunnen de waargenomen windkracht sterk beïnvloeden; op korte afstand van de kust zijn golven en wind niet direct vergelijkbaar met de open oceaan-waarden.

De Douglas zeeschaal en de Douglas windschaal lijken op elkaar, maar ze scheiden de zee van de wind. De Douglas-schaal geeft vooral informatie over de zeecondities (golven) onafhankelijk van de windclassificatie en wordt soms naast de Beaufortschaal gebruikt om zowel wind als zee apart te beschrijven.