Het Verdrag inzake de definitieve regeling met betrekking tot Duitsland (Duits: Vertrag über die abschließende Regulung in bezug auf Deutschland French): Traité portant règlement définitif concernant l'Allemagne Russian: Догοвор об окончательном урегулировании в отношении Duitsland) — algemeen bekend als het 2 + 4‑verdrag — regelde de laatste juridische en politieke gevolgen van de Duitse deling en de naoorlogse status van Duitsland.
Ondertekenaars en timing
Het verdrag werd op 12 september 1990 in Moskou ondertekend door de twee Duitse staten (de West-Duitse Bondsrepubliek en de Oost-Duitse Duitse Democratische Republiek) en door de vier geallieerden uit de oorlogstijd: Frankrijk, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie (USSR).
Zes landen tekenden het verdrag, maar slechts vijf partijen ratificeerden het later formeel. Dat kwam doordat Duitsland zich op 3 oktober 1990 verenigde onder één regering; de Duitse hereniging maakte afzonderlijke ratificatie door de voormalige DDR overbodig.
Belangrijkste inhoud en bepalingen
Het 2 + 4‑verdrag zette de juridische kaders vast voor een soeverein, verenigd Duitsland en regelde de resterende rechten en plichten van de voormalige bezettingsmachten. Belangrijke punten waren onder meer:
- Einde van bezettingsrechten en herstel van soevereiniteit: het verdrag maakte een einde aan de bijzondere naoorlogse status van Duitsland en schafte de resterende bezettingsrechten van de vier geallieerden af. Op 15 maart 1991 trad het verdrag in werking en werd Duitsland volledig soeverein, inclusief de bevoegdheid over Berlijn.
- Bevestigde grenzen: de grenzen van Duitsland werden internationaal vastgelegd. De Duitse regering bevestigde dat de grensovereenkomst uit 1970 met Polen (de Oder‑Neisse‑grens) van kracht zou blijven.
- Militaire beperkingen en ontwapening: Duitsland verklaarde vreedzaam te zullen handelen en geen agressieve oorlogen te zullen beginnen. Er kwamen beperkingen op de omvang en uitrusting van de Duitse strijdkrachten (Bundeswehr) en Duitsland stemde erin toe geen kernwapens te vervaardigen.
- Troepenverplaatsingen en bezetting van Berlijn: er werden afspraken gemaakt over het vertrek van buitenlandse troepen. De Sovjet-Unie moest haar troepen uiterlijk in 1994 uit Oost‑Duitsland en Oost‑Berlijn terugtrekken. De drie westerse geallieerden bleven in de praktijk nog aanwezig totdat de Sovjet‑troepen vertrokken waren. Tegelijkertijd bevatte het verdrag beperkingen met betrekking tot de stationering van NAVO‑troepen en bepaalde soorten wapens in het voormalige Oostgebied.
- Noodzakelijke voorwaarden voor integratie in internationale structuren: het verdrag maakte politieke ruimte voor het verenigde Duitsland om lid te zijn van internationale organisaties, in het bijzonder de NAVO, binnen de grenzen die in het verdrag werden vastgelegd.
Gevolgen en betekenis
Het verdrag had verstrekkende gevolgen voor Europa en de internationale orde:
- Het beëindigde de laatste juridische belemmeringen van de naoorlogse status van Duitsland en maakte de Duitse eenheid internationaal erkend en juridisch definitief.
- Het maakte het mogelijk dat Duitsland zelfstandig zijn binnenlandse en buitenlandse beleid voert, inclusief controle over Berlijn.
- De terugtrekking van de Sovjet‑troepen en het afbouwen van de militaire rol van de geallieerden in Duitsland droegen bij aan de stabilisering van Centraal‑ en Oost‑Europa na de Koude Oorlog.
- Het verdrag bevestigde Europese grenzen (vooral de oostgrens met Polen) en droeg zo bij aan vrede en stabiliteit in de regio.
Inwerkingtreding
Na ratificatie door de nodige partijen trad het verdrag op 15 maart 1991 in werking. Daarmee werd het verenigde Duitsland volledig soeverein en konden de resterende bezettingsstatussen en speciale regelingen officieel beëindigd worden.
Het 2 + 4‑verdrag wordt beschouwd als een doorslaggevende stap in het afronden van de naoorlogse ordening van Europa en in de integratie van een eens verdeeld Duitsland in de respectieve Europese en trans‑Atlantische structuren.

