William Whewell — Engelse filosoof en grondlegger van 'wetenschapper'
William Whewell — Engelse filosoof, theoloog en wetenschapshistoricus; grondlegger van het woord "wetenschapper", invloedrijk in 19e-eeuwse wetenschap en bestuurlijk aan Trinity College Cambridge.
William Whewell (24 mei 1794 – 6 maart 1866) was een invloedrijke en veelzijdige Engelse geleerde. Hij wordt vaak beschreven als een polymeer (bedoeld: polymath of veelzijdig geleerde), Anglicaanse priester, filosoof, theoloog en wetenschapshistoricus. Whewell beïnvloedde belangrijke wetenschappers van zijn tijd, zoals John Herschel, Charles Darwin, Charles Lyell en Michael Faraday. Hij introduceerde en populariseerde een aantal termen die nog steeds in gebruik zijn, zoals wetenschapper (in de jaren 1830 door hem voorgesteld en vanaf ongeveer 1837 wijdverbreid bekend). Whewell combineerde wetenschappelijke activiteit met theologische en literaire interesses en had een grote invloed op zowel de praktijk als de filosofie van de natuurwetenschappen.
Leven en opleiding
Whewell werd geboren als zoon van een timmerman en wist door talent en inzet op te klimmen naar de top van de academische wereld. Hij kreeg zijn opleiding aan Cambridge en ontwikkelde zich snel tot een gerespecteerd docent en onderzoeker. Zijn achtergrond maakte hem gevoelig voor vragen over de sociale positie van wetenschap en de relatie tussen geloof en kennis, onderwerpen die in veel van zijn latere werken terugkeren.
Academische loopbaan en functies
In zijn carrière bekleedde Whewell meerdere belangrijke posten aan Cambridge. Gedurende 28 jaar bekleedde hij een professorschap en gedurende 25 jaar was hij Master van Trinity College, Cambridge. Hij was actief betrokken bij organisatorische en bestuurlijke taken binnen de Britse wetenschappelijke wereld: hij was een van de oprichters en later voorzitter van de British Association for the Advancement of Science, lid van de Royal Society en hij voerde het voorzitterschap van de Geological Society. Zijn benoeming tot Master van Trinity werd zelfs ondersteund door premier Robert Peel.
Wetenschappelijke en methodologische bijdragen
Whewell leverde belangrijke bijdragen aan de filosofie van de wetenschap. Hij bestudeerde hoe wetenschappelijke theorieën tot stand komen en benadrukte dat wetenschappelijke vooruitgang niet alleen het verzamelen van feiten is, maar ook het vormen van passende begrippen en hypotheses — wat hij omschreef met termen als colligation (het samenbrengen van feiten onder één theorie) en consilience (de samenloop van onafhankelijke bewijzen). In deze debatvoering stond hij onder anderen tegenover John Stuart Mill, met wie hij van mening verschild over de aard van inductie en de rol van wetenschappelijke methode.
Onderzoek en publicaties
Whewell publiceerde op meerdere terreinen. Hij deed wiskundige en natuurwetenschappelijke studies, werkte aan problemen rond de getijden en ontving daarvoor erkenning van de Koninklijke Maatschappij (onder meer een Koninklijke Medaille). Zijn publicaties bestrijken onderwerpen als mechanica, natuurkunde, geologie, astronomie en economie. Bekende werken zijn zijn omvangrijke geschiedschrijving van de inductieve wetenschappen en zijn filosofische verhandelingen over de opbouw van wetenschappelijke kennis — werken die de discussie over wetenschappelijke methode en terminologie sterk beïnvloedden.
Literaire en theologische werk
Whewell was ook actief als schrijver buiten de natuurwetenschappen. Hij componeerde poëzie, vertaalde onder meer de werken van Goethe, en schreef preken en theologische traktaten. Zijn brede belangstelling maakte hem een verbindende figuur tussen wetenschap, religie en cultuur — een positie die hem zowel bewondering als kritiek opleverde in een periode van sterke veranderingen binnen de Britse intellectuele wereld.
Invloed en nalatenschap
Whewell’s invloed is te zien in meerdere lagen: terminologisch (hij introduceerde of verspreidde woorden die het wetenschappelijke discours vormgaven), methodologisch (zijn ideeën over hypothetische constructies en de rol van theorie in de interpretatie van feiten) en institutioneel (zijn leiderschap in wetenschappelijke verenigingen en aan Cambridge). Zijn correspondentie en contacten met sleutelfiguren als Darwin en Faraday helpen verklaren waarom zijn denkbeelden wijd doorwerken in de 19e-eeuwse wetenschap. Hoewel sommige van zijn specifieke opvattingen later ter discussie werden gesteld, blijft Whewell een centrale figuur in de geschiedenis van de wetenschapsfilosofie en -organisatie.
Samengevat: William Whewell was een veelzijdig geleerde die in zijn tijd en daarna veel invloed had op hoe men over wetenschap dacht en hoe wetenschappelijke gemeenschappen georganiseerd werden. Zijn combinaties van onderzoek, geschiedenis, filosofie en bestuurlijke inzet maken hem tot een belangrijke brugfiguur tussen verschillende disciplines.

William Whewell
Geschiedenis & wetenschapsfilosofie
Men kan zeggen dat Whewell de eerste was, of een van de eerste, om een wetenschapsfilosofie samen te stellen. Zijn enige rivaal in dit opzicht was John Herschel, wiens Voorafgaand vertoog over de studie van de natuurfilosofie een deel van dezelfde grond besloeg.
Whewell's vijf delen van de Geschiedenis en Filosofie van de Inductieve Wetenschappen zijn zijn belangrijkste werk. De wetenschap was toen nog een nieuwe activiteit. De wetenschappers zelf hadden verschillende opvattingen over hoe ze het beste hun werk konden doen. Whewell bood een theoretisch kader, en het kader lokte veel discussie uit. Er was ook een langlopende discussie met John Stuart Mill over sociale en economische filosofie.
Woorden die hij bedacht heeft
- Wetenschapper
- Fysicus
- Anode
- Kathode
- Uniformiteit: dezelfde wetten en processen die nu functioneren hebben in het verleden altijd gefunctioneerd en zijn overal van toepassing. Het wordt vaak gezegd als 'het heden is de sleutel tot het verleden'. Net als bij het gradualisme is het idee dat kleine, continue veranderingen enorme effecten hebben.
- Catastrofisme: het idee dat de aarde plotselinge, kortstondige, gewelddadige gebeurtenissen heeft gehad, mogelijk wereldwijd.
- Consilience: de eenheid van kennis, letterlijk een 'samenspringing' van kennis.
Boeken
- Geschiedenis van de inductieve wetenschappen. 3 vol. Edities: 1837; 1847; 1857.
- Filosofie van de inductieve wetenschappen, gebaseerd op hun geschiedenis. 2 vol. Edities: 1840; 1847; 1858–1860
Vragen en antwoorden
V: Wie was William Whewell?
A: William Whewell was een Engelse polymaat, Anglicaans priester, filosoof, theoloog en wetenschapshistoricus.
V: Welke invloed had hij op de grote wetenschappers van zijn tijd?
A: Hij beïnvloedde de grote wetenschappers van zijn tijd, zoals John Herschel, Charles Darwin, Charles Lyell en Michael Faraday.
V: Wat heeft hij uitgevonden?
A: Hij vond vele termen uit die wij tegenwoordig gebruiken, zoals wetenschapper (in 1837).
V: Hoe is hij aan de top gekomen?
A: Als zoon van een timmerman bereikte Whewell de top. Gedurende 28 jaar was hij professor en 25 jaar was hij Master van Trinity College Cambridge.
V: Welke andere functies bekleedde hij?
A: Hij was een van de oprichters en voorzitter van de British Association for the Advancement of Science, een Fellow van de Royal Society en voorzitter van de Geological Society. Het was zelfs premier Robert Peel die zijn benoeming tot Master of Trinity aanbeval.
A: Welk onderzoek deed Whewell?
V: Wat voor onderzoek deed Whewell?
A: Hij deed onderzoek naar getijden in de oceaan (waarvoor hij de Royal Medal won). Hij publiceerde ook werk op het gebied van mechanica, natuurkunde, geologie, astronomie en economie.
Zoek in de encyclopedie