Catastrofisme is het idee dat de aarde in het verleden is getroffen door plotselinge, kortstondige, gewelddadige gebeurtenissen. Catastrofes, mogelijk wereldwijd van omvang, kwamen tussen lange perioden van stille inactiviteit. Dit werd 'catastrofisme' genoemd door William Whewell in 1837.

Men dacht dat catastrofes de voornaamste oorzaak waren van de veranderingen in de gesteenten en fossielen. Deze gegevens leken aan te tonen dat de aarde af en toe gigantische omwentelingen had ondergaan in wat anders een rustige planeet was.

De grootste vergelijkende anatoom en paleontoloog van het begin van de 19e eeuw steunde deze visie. Hij was Georges Cuvier, directeur van het Muséum national d'histoire naturelle in Parijs. Cuvier had aangetoond dat het uitsterven van soorten definitief had plaatsgevonden. Zijn catastrofisme was een verklaring voor de regelmatige veranderingen in soorten die in de gesteentelagen te zien waren. Hij had geen echte verklaring voor het feit dat latere soorten anders waren dan vroegere. Hij verwierp het idee van evolutie, maar stelde geen religieuze oplossing voor.