Caligula's vader Germanicus was de neef en adoptiezoon van keizer Tiberius. Hij was een zeer succesvolle generaal. Hij was een van Rome's meest geliefde publieke figuren.
Toen Germanicus stierf in Antiochië in 19 AD, keerde zijn moeder Agrippina de Oude terug naar Rome met haar zes kinderen. Ze had een bittere vete met Tiberius. Dat leidde uiteindelijk tot de vernietiging van haar familie. Caligula was de enige mannelijke overlevende. In 31 voegde hij zich bij de keizer op het eiland Capri. Tiberius was daar vijf jaar eerder heen gegaan. Toen Tiberius in 37 stierf, werd Caligula keizer.
Er zijn weinig overgeleverde bronnen over Caligula's bewind. Hij wordt beschreven als een nobel en gematigd heerser gedurende de eerste twee jaar van zijn heerschappij. Daarna richten de bronnen zich op zijn wreedheid, extravagantie en seksuele perversiteit, waardoor hij als een krankzinnige tiran wordt voorgesteld.
Caligula werkte aan meer gezag voor de keizer. Hij stak veel energie in ambitieuze bouwprojecten en luxe woningen voor zichzelf. Hij begon met de bouw van twee nieuwe aquaducten in Rome: de Aqua Claudia en de Anio Novus. Tijdens zijn bewind nam het keizerrijk het koninkrijk Mauretanië over en maakte er een provincie van.
Begin 41 werd Caligula vermoord. Er was een samenzwering waarbij officieren van de Praetoriaanse Garde, leden van de Romeinse Senaat en leden van het keizerlijk hof betrokken waren. Na de dood van Caligula probeerden de samenzweerders de Romeinse Republiek terug te brengen, maar dat lukte niet. De Praetoriaanse Garde riep Caligula's oom Claudius in zijn plaats uit tot keizer.