Phillip Allen Sharp (geboren op 6 juni 1944) is een Amerikaanse geneticus en moleculair bioloog.

Hij ontdekte mede het verbinden van genen, en deelde de Nobelprijs van 1993 in Fysiologie of Geneeskunde met Richard Roberts voor "de ontdekking dat genen in eukaryoten geen aaneengesloten reeksen zijn maar introns bevatten, en dat het verbinden van pre-messenger RNA om die introns te verwijderen op verschillende manieren kan voorkomen, wat verschillende proteïnen uit dezelfde DNA-sequentie oplevert".

Sharp is geboren in Falmouth, Kentucky. Hij voltooide zijn doctoraat in de chemie aan de Universiteit van Illinois in Urbana-Champaign in 1969. Na zijn promotie werkte hij tot 1971 aan het California Institute of Technology, waar hij plasmiden bestudeerde en later genexpressie in menselijke cellen aan het Cold Spring Harbor Laboratory onder leiding van James Watson.

In 1974 kreeg hij een functie aangeboden bij MIT door bioloog Salvador Luria. Hij was van 1985 tot 1991 directeur van het Centrum voor Kankeronderzoek van het MIT (nu het Koch Institute for Integrative Cancer Research); van 1991 tot 1999 hoofd van de afdeling Biologie; en van 2000 tot 2004 directeur van het McGovern Institute for Brain Research.

Belangrijkste onderzoeksbijdragen

  • Ontdekking van gesplitste genen en introns — Sharp toonde met experimenten aan dat genen bij eukaryoten onderbroken kunnen worden door niet-coderende stukken (introns). Zijn werk maakte duidelijk dat het oorspronkelijke beeld van ononderbroken genen onvolledig was.
  • RNA-splicing en alternatieve splicing — hij onderzocht hoe pre-messenger RNA wordt gesplitst en gefixeerd, en liet zien dat alternatieve manier van verbinden (splicing) ervoor zorgt dat uit één DNA-sequentie meerdere verschillende proteïnen kunnen ontstaan. Dit mechanisme verklaart een belangrijke bron van eiwitdiversiteit bij meercellige organismen.
  • Methoden en technieken — Sharp en zijn medewerkers gebruikten onder meer RNA–DNA-hybrideanalyse (R-loophybridisatie) en andere moleculaire technieken om de structuur van genen en RNA-transcripten in kaart te brengen.

Wetenschappelijke en maatschappelijke impact

De ontdekking dat genen introns bevatten en dat splicing kan variëren had grote gevolgen voor de moleculaire biologie en de medische wetenschap. Het verklaarde hoe beperkte aantallen genen in het genoom toch een veelvoud aan eiwitten kunnen produceren en legde de basis voor onderzoek naar hoe fouten bij splicing kunnen leiden tot erfelijke ziekten, kanker en andere aandoeningen. Daarnaast heeft het begrip alternatieve splicing bijgedragen aan de ontwikkeling van diagnostische methoden en gerichte therapieën.

Carrière, onderwijs en leiderschap

Buiten zijn eigen onderzoek speelde Sharp een belangrijke rol in het leiden van onderzoeksinstituten en in het opleiden van nieuwe generaties wetenschappers. Aan het MIT bekleedde hij verschillende leidende functies en droeg hij bij aan interdisciplinair onderzoek op het gebied van kanker- en hersenonderzoek. Hij heeft vele promovendi en postdocs begeleid en is bekend om zijn bijdragen aan wetenschapsbeleid en samenwerking tussen academische en industriële partners.

Erkenning

Natuurlijk staat de gedeelde Nobelprijs van 1993 centraal in zijn erkenning, maar zijn werk heeft ook geleid tot talrijke andere onderscheidingen en lidmaatschappen van wetenschappelijke gezelschappen. Zijn ontdekkingen behoren tot de fundamentele inzichten die de moderne moleculaire genetica vormgeven.

Nalatenschap

Phillip Sharp wordt gezien als een van de sleutelfiguren in de ontdekking van de complexe architectuur van eukaryote genen en in het begrip van RNA-processing. Zijn werk heeft niet alleen het basiswetenschappelijke beeld veranderd, maar heeft ook blijvende invloed op biomedisch onderzoek en de ontwikkeling van nieuwe therapieën.