Mensen van dezelfde handel komen zelden samen, zelfs niet voor plezier en afleiding, maar het gesprek eindigt in een samenzwering tegen het publiek, of in een of ander complot om de prijzen te verhogen.
Adam Smith, The Wealth of Nations, 1776
Er werd een onderzoek verricht van honderden gepubliceerde economische studies en juridische besluiten van antitrustautoriteiten. Daaruit bleek dat de mediane prijsstijging die kartels in de afgelopen 200 jaar hadden bereikt, 25% bedroeg. Internationale particuliere kartels (die met deelnemers uit twee of meer landen) kenden een gemiddelde prijsstijging van 28%. Binnenlandse kartels haalden gemiddeld 18%. Minder dan 10% van alle kartels in de steekproef slaagden er niet in de marktprijzen te verhogen.
Over het algemeen zijn kartelovereenkomsten moeilijk te onderhandelen omdat potentiële leden doorgaans verschillende ideale heimelijke prijzen hebben. Eenmaal gevormd zijn kartels meestal economisch instabiel, vooral omdat er voor de leden een winstprikkel is om vals te spelen door onder de afgesproken prijs te verkopen of meer te verkopen dan de door het kartel vastgestelde productiequota (zie ook speltheorie). Daarom komen meer succesvolle kartels vaak overeen hun marktquota vast te stellen, verifieerbare informatie over die aandelen te delen, en vooraf een mechanisme af te spreken om leden te straffen die hun quota overschrijden. Dit heeft ertoe geleid dat vele kartels die trachten productprijzen vast te stellen, op lange termijn niet succesvol zijn. Empirische studies van 20e-eeuwse kartels hebben vastgesteld dat de gemiddelde duur van ontdekte kartels tussen 5 en 8 jaar bedraagt. Wanneer een kartel echter eenmaal gebroken is, keren de prikkels om het kartel te vormen terug en kan het kartel opnieuw gevormd worden. Tot de algemeen bekende kartels die deze cyclus niet volgen, behoort de Organisatie van de Olie-exporterende Landen (OPEC).
Prijsafspraken worden vaak internationaal gemaakt. Wanneer de overeenkomst om de prijs te beheersen wordt gesanctioneerd door een multilateraal verdrag of wordt beschermd door de nationale soevereiniteit, kunnen geen antitrustprocedures worden ingeleid. Voorbeelden van dergelijke prijsafspraken zijn olie, waarvan de prijs gedeeltelijk wordt bepaald door het aanbod van de OPEC-landen. Ook voor internationale vliegtuigtickets worden de prijzen vastgesteld door middel van een overeenkomst met de IATA, een praktijk waarvoor een specifieke uitzondering bestaat in de antitrustwetgeving.
Internationale prijsafspraken door particuliere entiteiten kunnen worden vervolgd op grond van de antitrustwetgeving van meer dan 100 landen. Voorbeelden van vervolgde internationale kartels zijn lysine, citroenzuur, grafietelektroden en vitaminen in bulk.