Coelenterata was de naam voor een dierlijk phylum dat vroeger de soorten omvatte met een eenvoudige lichaamsholte (het zogenaamde coelenteron). De term wordt nu niet meer gebruikt: de groep is opgesplitst in twee afzonderlijke phyla, de Cnidaria (zoals kwallen, zeeanemonen en koralen) en de Ctenophora (kamkwallen of kammedujes). Deze herindeling is vooral gebaseerd op resultaten uit de moleculaire evolutie, met analyses van aminozuursequenties van eiwitten en DNA- / whole-genoom-gegevens.
Verklaring van de scheiding
Moleculaire gegevens lieten zien dat Cnidaria en Ctenophora niet zo nauwe verwanten zijn als lang gedacht. Verschillen in genen en genoomstructuur wezen erop dat ze afzonderlijke evolutionaire lijnen vormen. Daardoor wordt 'Coelenterata' in moderne syste-matische biologie niet meer als een natuurlijk (monofyletisch) phylum gezien.
Kernverschillen tussen Cnidaria en Ctenophora
- Cnidocyten vs. colloblasten: Cnidaria hebben unieke stekende cellen, de cnidocyten (met nematocysten), die dienen voor verdediging en prooi-vangst. Ctenophora missen deze en gebruiken vaak kleverige cellen, de colloblasten, om prooien te vangen.
- Locomotie: Ctenophora hebben karakteristieke rijtjes lange trilharen («kammen») waarmee ze zich voortbewegen; veel Cnidaria zwemmen door spiercontracties van de medusa of leven als uitgesproken sessiele poliepen.
- Levenscyclus: Veel Cnidaria vertonen een afwisseling van poliep- en medusastadia (bijvoorbeeld veel kwallen), terwijl Ctenophora doorgaans geen dergelijke afwisseling kennen.
- Zenuwstelsel en zintuigen: beide groepen hebben een eenvoudig zenuwnet; ctenoforen kunnen echter gespecialiseerde lichtgevoelige cellen en unieke sensorische structuren bezitten, en er bestaan discussies over verschillen in de opbouw van het zenuwstelsel.
- Embryologie en weefselstructuur: beide groepen zijn diploblastisch (ectoderm en endoderm) met een gelatineuze tussenvorm, de mesoglea, maar er bestaan belangrijke verschillen in ontwikkeling en celtypen.
Voorbeelden en ecologische rol
Tot de Cnidaria behoren koralen die rifbouwers zijn, zeeanemonen en vele kwallen, die belangrijke predatoren in het plankton vormen. Ctenophora (kamkwallen) zoals Pleurobrachia en Mnemiopsis zijn vaak planktonische roofdieren en kunnen in sommige gebieden invasief zijn of ecosysteemveranderingen veroorzaken doordat ze grote aantallen zoöplankton consumeren.
Historische context en naam
De naam 'Coelenterata' is afgeleid van het Grieks voor 'hol' (koilos) en 'darm' (enteron), verwijzend naar de eenvoudige lichaamsholte. Omdat morfologische overeenkomsten (zoals twee kiemlagen en een centrale holte) aanleiding gaven tot het samenvoegen van deze dieren in één groep, bleef de term lange tijd in gebruik. Moderne moleculaire en genomische technieken hebben echter aangetoond dat die morfologische overeenkomsten grotendeels het resultaat zijn van overeenkomstige functies of oude plesiomorfieën en niet per se van nauwe verwantschap.
Stand van zaken en controverses
Hoewel de scheiding in twee phyla breed wordt ondersteund, blijft de precieze positie van Ctenophora binnen het dierenrijk onderwerp van onderzoek en debat. Sommige studies suggereren dat ctenoforen zeer vroeg zijn afgetakt in de evolutie van dieren (mogelijk als zustergroep van alle andere dieren), wat belangrijke implicaties heeft voor ons begrip van de ontwikkeling van zenuw- en spierweefsels. Andere analyses plaatsen sponzen of cnidaria dichter bij de basis; de discussie loopt nog en nieuwe genoomstudies blijven bijdragen aan het beeld.
Samengevat: de term Coelenterata wordt in moderne systeem- en evolutionaire biologie niet meer als geldig phylum gebruikt. In plaats daarvan behandelt men Cnidaria en Ctenophora als twee afzonderlijke, evolutionair verschillende groepen met eigen kenmerken, ecologische rollen en evolutionaire geschiedenis.